| 21341 |
leurder |
kramer:
krĕĕmer (L322a Nunhem),
krêêmer (L322a Nunhem)
|
koopman die met zijn waren langs de deuren gaat? [N 21 (1963)] || leurder; Hoe werd de man genoemd die dat deed? [DC 48 (1973)]
III-3-1
|
| 21431 |
leuren |
de waren op de rug met de kramer uittrekken:
de waren op de rug mit de krĕĕmer oettrĕkke (L322a Nunhem),
met de kramerskar rondtrekken:
mit de krĕĕmersker rondj trĕkke (L322a Nunhem),
venten:
vente (L322a Nunhem)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: "op koopmanschap gaan"= erop uittrekken om zijn waren te verkopen? Zo neen, welke andere uitdrukking. Geeft u nauwkeurig de uitspraak aan. [N 21 (1963)] || leuren; Kent u een oud woord voor te voet met de handelswaar langs de huizen gaan van deur tot deur zoals bijvoorbeeld marskramers en ketellappers deden? [DC 48 (1973)]
III-3-1
|
| 17568 |
levend vlees onder de huid |
leven, het -:
t laeve (L322a Nunhem)
|
levend vlees onder de huid [t leeve] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17697 |
lever |
lever:
laever (L322a Nunhem)
|
lever [leevert, lijver, livvere] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 20514 |
leverworst |
leverworst:
laeverworst (L322a Nunhem),
laeverwôrst (L322a Nunhem)
|
leverworst [N 06 (1960)] || leverworst; Hoe noemt U: Worst met lever als hoofdbestanddeel (lol, leverworst, leverpens) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 17540 |
lichaam |
lijf:
līēf (L322a Nunhem)
|
lichaam [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17971 |
lichaamskracht |
macht:
Opm.: zoo sljap wiej eine peerik.
macht (L322a Nunhem, ...
L322a Nunhem)
|
lichaamskracht (kracht die een zieke geleidelijk verspeelt) [macht, maacht] [N 10 (1961)]
III-1-2, III-1-4
|
| 25161 |
licht vriezen |
rijmen:
(= rijmen).
rieme (L322a Nunhem)
|
lichtjes vriezen [schorzelen] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 34032 |
lichtbonte koe |
lichtbonte:
lextbǫntjǝ (L322a Nunhem)
|
Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe''(3.3.1). [N 3A, 123b]
I-11
|
| 26693 |
lichtboom van de handmolen |
lichtboom:
lext˱bawm (L322a Nunhem)
|
Het onder de pasbrug geplaatste balkje, als onderdeel van de licht van handmolens, waarmee de pasbrug op en neer kan worden bewogen. [N D, 22]
II-3
|