| 21857 |
onbruikbare voorraad |
bocht:
boecht (Q033p Oirsbeek)
|
allerlei slechte en onbruikbare voorraad [breggel, plodder, bocht, bagage] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 33450 |
onderdeur |
deur:
dø̄ǝr (Q033p Oirsbeek)
|
Het onderste deel van een gehalveerde poortvleugel is meer voor dagelijks gebruik, bedoeld om toegang te verlenen aan voetgangers en kleine voertuigen (karretjes) en om, in gesloten stand, aan vee de doorgang te beletten. In plaats van een onderdeur kan ook een kleine hekdeur van latten gebruikt worden. Zie ook afbeelding 18.e bij het lemma "poort" (4.1.1). [N 4A, 37c en 42d; monogr.]
I-6
|
| 24637 |
ondereinde van de stam |
boks:
WLD
bŏĕks (Q033p Oirsbeek),
vot:
ideosyncr.
vot (Q033p Oirsbeek),
WLD
vot (Q033p Oirsbeek)
|
Het dikke uiteinde van de stam, onderaan (voet, kont, gat, kop). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 18401 |
ondergoed |
ondergoed:
ŏĕngergood (Q033p Oirsbeek),
óngergood (Q033p Oirsbeek)
|
ondergoed, onderkleren [t onderdinge] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 32731 |
ondergronden, woelen |
breken:
brę̄kǝ (Q033p Oirsbeek),
ondergronden:
oŋǝrgronjǝ (Q033p Oirsbeek),
oŋǝrgrønjǝ (Q033p Oirsbeek)
|
Met een aparte ploeg of met een aan de gewone ploeg bevestigde schaar, klauw of haak de zool, harde laag of bank onder (in) de voor breken of openrakelen. [N 11, 46; N27, 13b]
I-1
|
| 32640 |
ondergronder, woeler |
ondergronder:
oŋǝrgronjǝr (Q033p Oirsbeek),
oŋǝrgrønjǝr (Q033p Oirsbeek)
|
De ondergronder of woeler was een aparte ploeg zonder kouter en riester, maar met een lansvormige schaar of twee in tegenovergestelde richting geplaatste messen vóór op het ploeghoofd. Vaak werd de oude aanaardploeg tot ondergronder omgebouwd. Met deze ploeg, die vóór de gewone ploeg uitging of erop volgde, werd de ondergrond, de bodem van de voor opengebroken. Men kon ook met de gewone ploeg de ondergrond losrakelen, door op de plaats van de voorschaar of het kouter, dan wel aan of onder de ploeghiel een woelschaar, een woelhaak of woelmes aan te brengen. Aldus werd tegelijkertijd de bovengrond geploegd en de ploegzool opengebroken. [N 11, 33j; N 11A, 76a + 76b + 77; N 27, 14]
I-1
|
| 27174 |
ondergronds |
ondenin:
uŋǝnen (Q033p Oirsbeek
[(Emma)]
[Eisden])
|
Beneden in de mijn onder de grond. [N 95, 113; monogr.]
II-5
|
| 33947 |
onderhaam |
onderhaam:
uŋǝrhām (Q033p Oirsbeek)
|
Twee met elkaar verbonden kussens die het paard onder het haam draagt, als dat te groot is. [N 13, 11; monogr.]
I-10
|
| 21579 |
onderhandelen |
in handel zijn:
mit ieme in hanjel zin (Q033p Oirsbeek)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: in onderhandeling zijn over een bepaalde koop [in beding zijn met iemand?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 21351 |
onderhands |
onderhands:
ongerhansch (Q033p Oirsbeek)
|
onderhandsch [SGV (1914)]
III-3-1
|