| 28866 |
lade in de kleermakerstafel |
scheersgetuig:
širsgǝtix (L416p Opglabbeek)
|
De lade in de kleermakerstafel, waarin men opbergt wat nog niet wordt behandeld. Volgens de informant van Q 198 was er geen lade in de tafel. [N 59, 1b]
II-7
|
| 27367 |
laden |
laden:
lāi̯.ǝ (L416p Opglabbeek)
|
De kar laden. Vergelijk ook WLD I, afl. 4, p. 84 ev [JG 1a, 1b; L 37, 14; Wi 33, 39; add. bij N 18]
I-10
|
| 27854 |
lading |
vracht:
vraxt (L416p Opglabbeek)
|
Datgene wat op de kar of kruiwagen wordt geladen. [JG 1a, 1b; Wi 52; monogr.]
I-10
|
| 18304 |
lage herenschoen, molière |
moliretje (<fr.):
moljēͅrkəs (L416p Opglabbeek)
|
herenschoenen, lage ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 33360 |
lage kachel voor de ketel met was of veevoer |
bereklauw:
bē̜ ̞rǝklāu̯ (L416p Opglabbeek),
kookvuur:
kuk˲vēr (L416p Opglabbeek)
|
De lage kachel waarop de ketel met was of veevoer verwarmd wordt. De benamingen met ketel doen denken aan een gecombineerde ketel en kachel, vast verbonden, met een grote inhoud. Een bereklauw heeft drie poten. De kachel dient niet om een ruimte te verwarmen. Sommige benamingen wijzen op de afwezigheid van een kachel of op de aanwezigheid van een open vuur. Zie ook afbeelding 8 bij het lemma "voorstal" (2.2.5). [L 23, 58c; monogr.]
I-6
|
| 32447 |
lage klomp |
riemenklomp:
rēmǝ[klomp] (L416p Opglabbeek)
|
Klomp met een lage en korte kap die slechts het voorste deel van de voet bedekt. Over de klompopening is een leren riem aangebracht die door middel van kleine spijkertjes met platte kop wordt vastgezet. Zie ook afb. 260. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ.' [N 24, 70c; monogr.]
II-12
|
| 18377 |
lage klomp? |
riemenklomp:
rēmə klump (L416p Opglabbeek)
|
klomp, lage open ~ met een riem over de wreef [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 33702 |
lage, natte plekken in moeras |
zomp:
zomp (L416p Opglabbeek)
|
De lager gelegen delen in een moeras waarin steeds water staat. [N 27, 21b]
I-8
|
| 33680 |
lage, natte zandgrond |
beemd:
bɛmt (L416p Opglabbeek)
|
[N 27, 35; R 3, 5]
I-8
|
| 18351 |
lakschoen |
laquschoen (<fr.):
lakēšōn (L416p Opglabbeek)
|
lakschoenen [gelakkerde sjeun] [N 24 (1964)]
III-1-3
|