e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
mannelijke geit bok: bok (Opglabbeek), boq (Opglabbeek), buk (Opglabbeek), bǫk (Opglabbeek), geitenbok: gęi̯tǝbok (Opglabbeek) [N 70, 8; N 77, 78; N 77, 80; A 9, 19; L 32, 82; Wi 11; RND 89; JG 1a, 1b, 2c; Vld.; monogr.] I-12
mannelijke hond, reu mannetje: menkə (Opglabbeek), WBD/WLD  mennəkə (Opglabbeek) Hoe noemt u een mannelijke hond (reu, rengel, menne, menneke) [N 83 (1981)] || reu, mann. hond [Goossens 2a (1963)] III-2-1
mannelijke kat, kater kater: kātər (Opglabbeek, ... ), pier: pīr (Opglabbeek) kater [ZND A1 (1940sq)] || mannelijke kat [ZND 27 (1938)] III-2-1
mannenkant mansluikant: mánsliekánt (Opglabbeek) De linkerhelft van de kerk, het gedeelte links van het middenpad, dat bestemd was voor de mannen [evangeliekant, mannenkant, mansluikant, kerelskant?]. [N 96A (1989)] III-3-3
mannenkleren manskleren: ma.nskleͅ.iər (Opglabbeek), mansluikleren: manslieklééjer (Opglabbeek) mannenkleren [t mansdinge] [N 23 (1964)] || Mannenkleren. [DC 62 (1987)] III-1-3
mannenondergoed ondergoed voor manslui: oendergoet vier manslie (Opglabbeek) Ondergoed voor mannen. [DC 62 (1987)] III-1-3
mannenonderhemd lijfje: liefke (Opglabbeek), onderhemd: u:nərhemə (Opglabbeek) onderhemd voor mannen [N 25 (1964)] || Onderhemd voor mannen. Hoe noemt men in uw dialect het hemd dat onder de bovenkleding wordt gedragen, direct op het lichaam: van mannen? [DC 62 (1987)] III-1-3
mantelpak kostuumpje: kəstymkə (Opglabbeek) mantelpak, uit jas en rok bestaand dameskostuum [N 23 (1964)] III-1-3
manziek heet: hijt (Opglabbeek) manziek [heet] [N 10C (zj)] III-2-2
maretak maretak: verzamelfiche, ook mat. van ZND01, u 155 en van ZND15, 011  marentak (Opglabbeek) maretak [ZND 01 (1922)] III-4-3