| 19309 |
moedig (zijn) |
kloek:
dèè kjloke kèrel hauw het neet klook wi-j het begos te blikseme Syn. uitdr. het neet sti-jf höbbe
klook (L416p Opglabbeek),
niet mak:
hēͅs nēt mak (L416p Opglabbeek)
|
hoe drukt ge uit in uw dialect: hij is moedig (hij is geen bangerd, hij durft bv. te vechten) [ZND 39 (1942)] || kloek, stevig of moedig
III-1-4
|
| 33823 |
moedig en opgewekt |
driftig:
dreftex (L416p Opglabbeek),
wakker:
wakǝr (L416p Opglabbeek)
|
Gezegd van energieke en levendige paarden. [JG 1a; N 8, 64j]
I-9
|
| 17944 |
moeilijk vooruitkomen |
strampelen:
strampələ (L416p Opglabbeek),
taffelen:
tafələ (L416p Opglabbeek)
|
lopen: moeilijk vooruit komen [stachele] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 19100 |
moeite |
moeite:
mōtə (L416p Opglabbeek),
Mi-jne leve mins; det hèèt nogal mooite gekost z. ook mote
mooite (L416p Opglabbeek),
moyen (fr.):
Fr. moyen, zie mejeng det miêlepèèrd mees nogal melèng make viêr ût di-j losse èèrd te kòmme
melèng (L416p Opglabbeek),
trubbel:
Vgl. trubbel en Eng. trouble Det verhûze waas mich einen hiêlen törbel viêr di-j auw minskes
törbel (L416p Opglabbeek)
|
een moeite [ZND A2 (1940sq)] || inspanning(en) || moeite || moeite, moeilijke omstandigheden
III-1-4
|
| 19940 |
moer |
moer:
mōr (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek)
|
konijn, vrouwtje [Goossens 2a (1963)], [ZND 20 (1936)]
III-2-1
|
| 32229 |
moer van de asstroppen |
moer:
mōr (L416p Opglabbeek)
|
De moer waarmee de verschillende onderdelen van de asstroppen met elkaar verbonden worden. [JG, 1a]
II-12
|
| 33700 |
moeras |
ven:
vęn (L416p Opglabbeek)
|
Waterachtig, laaggelegen, drassig land, broekland, gebied zonder behoorlijke afwatering. [N 27, 20; N 14, 53; N 6, 33b; R 3, 9; A 2, 57; RND 20; Wi 17; Wi 54; L 19B, 2aI; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 28494 |
moerechte korf of kast |
moerechte korf:
moerechte korf (L416p Opglabbeek)
|
Een korf of kast bijen die weer een al of niet bevruchte moer heeft. [N 63, 60b]
II-6
|
| 28626 |
moerkooitje |
moerkooitje:
mūrkōjkǝ (L416p Opglabbeek)
|
Het huisje waarin de imker jonge, onbevruchte koninginnen in voorraad heeft. Het model varieert. De informant van L 246 zegt dat het vroeger van vlierenhout werd gemaakt. [N 63, 100a; Ge 37, 164; monogr.]
II-6
|
| 28627 |
moerkorf |
moerkorf:
moerkorf (L416p Opglabbeek)
|
Lege korf met een paar stukjes raat, waarin behalve de pijpjes met reservekoninginnen ook een nazwermpje gestoten wordt. De bijen die geen moer hebben, verzorgen de koninginnen in hun huisjes. [N 63, 100b; monogr.]
II-6
|