e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
mout mout: mawt (Opglabbeek) Het op de eest of eestvloer gedroogde en eventueel geroosterde graan. Zie ook de semantische toelichting bij het lemma ''eesten''. [N 35, 20; L 1a-m; L 1u, 166; S 5; Jan 14d; monogr.] II-2
mouw mouw: moe (Opglabbeek), mouw (Opglabbeek), mu, ein muwke (Opglabbeek), mŭŭw (Opglabbeek), myw (Opglabbeek), myw, ei mykə (Opglabbeek), mǫw (Opglabbeek), twie muwe (Opglabbeek), twīə mywə (Opglabbeek) de mouw [N 59 (1973)] || een mouw, een mouwtje [ZND 31 (1939)] || Hoe noemt U in het algemeen een mouw? [N 62 (1973)] || mouw (meervoud) [ZND 31 (1939)] || Mouw van bijv. een colbert of japon. [N 59, 126; N 62, 34a; MW] II-7, III-1-3
mouw met kanten plooisel geplisseerde (<fr.) mouw: gəplīsēͅrt (Opglabbeek) mouw met kanten plooisel [lobmouw] [N 23 (1964)] III-1-3
mouwen ter bescherming mouwen: mouwen (Opglabbeek) Soort mouwtjes al of niet met handschoen, die sommige imkers als extra bescherming dragen. [N 63, 75b] II-6
mouwkop kop: kop (Opglabbeek) Het gedeelte van de mouw van het colbert dat in de armsgatuitsnijding wordt ingewerkt. [N 59, 128] II-7
mouwomslag, manchet manchet: manchet (Opglabbeek) Verlengstuk aan het einde van een mouw; vaak afzonderlijk, en dan al of niet aan de mouw vastgemaakt. [N 62, 34d; N 59, 134; MW] II-7
mouwplank mouwplank: mǫwplaŋk (Opglabbeek) De mouwplank gebruikt men voor het openpersen van de mouwnaden; zij wordt daartoe in de mouwen gestoken. De informant van L 416 zegt een mouwplank met één poot te gebruiken. Zie ook het lemma ɛpersplankɛ. Zie afb. 16.' [N 59, 19d] II-7
mouwschort mouwenscholk: mywəšolək (Opglabbeek) schort met mouwen [N 24 (1964)] III-1-3
mouwsplitje mouwsplit: mouwsplit (Opglabbeek) Het splitje onder aan de mouw van het colbert. [N 59, 131a] II-7
mouwvoering aannaaien aanslaan: aanslaan (Opglabbeek) De voering van de mouw aan het armsgat hechten. [N 59, 127] II-7