e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
naar de ram brengen leiden: lęi̯ǝ (Opglabbeek) Het vrouwelijk schaap laten bevruchten door de bok. [N 77, 33; N 77, 32; JG 1a, 1b; monogr.] I-12
naar de regen staan het huis staat open: ⁄t hy(3)̄es stēͅi̯t opə rēͅngəl (Opglabbeek) het huis staat naar de regen [ZND 13 (1925)] III-4-4
naar huis gaan heimwaarts gaan: heivers"= huiswaarts.  ny gaun ix hɛ.ivərs (Opglabbeek) Wat zegt men in uw dialect? Nu ga ik naar huis. [ZND 48 (1954)] III-1-2
naar links haar: hār (Opglabbeek) Voermansroep om het paard naar links te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95 c, 95d en 96; L 1 a-m; L B 2, 255; L 26, 2; L 36, 81c; S 12; monogr.] I-10
naar rechts hut: hyt (Opglabbeek) Voermansroep om het paard naar rechts te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95a en 96; L 1 a-m; L B 2, 256; L 26, 2; L 36, 81d; S 12; monogr.] I-10
naaste evennaaste: éévə naastə (Opglabbeek) Je/uw naaste, evennaaste, evenmens [naoste, nôste, èèvemins]. [N 96D (1989)] III-3-3
nabidden nabeden: nōͅbɛ̄jə (Opglabbeek) Nabidden, d.w.z. antwoorden bij het bidden, de tweede helft van een gebed bidden. [N 96B (1989)] III-3-3
nabootsen na-apen: nòáápə (Opglabbeek) iemands stemgeluid imiteren [nabootsen, papegaaien] [N 87 (1981)] III-3-1
nachtegaal nachtegaal: nachtegoal (Opglabbeek), naxtəgal (Opglabbeek), naxtəgāl (Opglabbeek) nachtegaal [ZND 39 (1942)] || nachtegaal (16,5 bekend; kleine bruine vogel met rossige staart; vrij zeldzame zomervogel; verborgen levend; beroemd om de zang [N 09 (1961)] III-4-1
nachthemd nachthemd: naogthemə (Opglabbeek) nachthemd [N 25 (1964)] III-1-3