e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
onderbak getuigbak: gǝtix˱bak (Opglabbeek) Onder de kar opgehangen laadvloertje. [N 17, 86] I-13
ondergoed ondergoed: oendergoet (Opglabbeek), u:nərgōt (Opglabbeek) ondergoed, onderkleren [t onderdinge] [N 25 (1964)] || Onderkleding. Wat is in uw dialect het gewone woord voor onderkleding? [DC 62 (1987)] III-1-3
ondergronder, woeler grondbreker: gront˱brē̜kǝr (Opglabbeek), wroeter: vrētǝr (Opglabbeek  [(de ploeg)]  ) De ondergronder of woeler was een aparte ploeg zonder kouter en riester, maar met een lansvormige schaar of twee in tegenovergestelde richting geplaatste messen vóór op het ploeghoofd. Vaak werd de oude aanaardploeg tot ondergronder omgebouwd. Met deze ploeg, die vóór de gewone ploeg uitging of erop volgde, werd de ondergrond, de bodem van de voor opengebroken. Men kon ook met de gewone ploeg de ondergrond losrakelen, door op de plaats van de voorschaar of het kouter, dan wel aan of onder de ploeghiel een woelschaar, een woelhaak of woelmes aan te brengen. Aldus werd tegelijkertijd de bovengrond geploegd en de ploegzool opengebroken. [N 11, 33j; N 11A, 76a + 76b + 77; N 27, 14] I-1
onderhaam onderhaam: onǝrhām (Opglabbeek) Twee met elkaar verbonden kussens die het paard onder het haam draagt, als dat te groot is. [N 13, 11; monogr.] I-10
onderhandelen commercen (<fr.): ps. omgespeld volgens Frings.  kəmeͅrsə (Opglabbeek), halvelings akkoord zijn: ps. omgespeld volgens Frings.  hōͅu̯vəleŋs aky(3)̄rt meͅt (Opglabbeek) Inventarisatie uitdrukkingen voor: in onderhandeling zijn over een bepaalde koop [in beding zijn met iemand?] [N 21 (1963)] III-3-1
onderhemd hemd: hemmən - hemmə (Opglabbeek), hemə (Opglabbeek) hemd, hemden [ZND 01u (1924)] || onderhemd, onderkledingstuk dat op het blote lijf gedragen wordt [im, emmek, hem, himp, kemsel, liejms, sjmies, vlok] [N 25 (1964)] III-1-3
onderjurk onderkleed: unərkleͅit (Opglabbeek) onderjurk, onderkleed met lijfje en schouderbanden [N 24 (1964)] III-1-3
onderkraag onderkraag: onderkraag (Opglabbeek) Het onderste gedeelte van de kraag dat niet in het zicht komt. Het materiaal voor de onderkraag is doorgaans dunne maar dichtgeweven stof. Traditioneel wordt hiervoor kleermakersvilt gebruikt (Het Beste Naaiboek, pag. 389). [N 59, 121b] II-7
onderkussen, peluw pulm: peͅlm (Opglabbeek), pèlem (Opglabbeek), pèlləm (Opglabbeek), péllim (Opglabbeek), hoofdmatras of langwerpig onderkussen  pöllem (Opglabbeek), pölm (Opglabbeek) het langwerpig kussen dat op de matras en onder het eigenlijke hoofdkussen ligt (Fr. traversin) [ZND 27 (1938)] || Langwerpig, rond onderkussen onder het hoofdkussen (peul, pulling, uppeling, kopkussen) [N 79 (1979)] || peluw III-2-1
onderlip onderlip: oenerlip (Opglabbeek), onərlep (Opglabbeek) onderlip [N 10b (1961)] || Onderlip (onderlip, onderste lip) [N 106 (2001)] III-1-1