| 21150 |
openbare weg |
baan:
báán (L416p Opglabbeek)
|
een grote, doorgaande weg, een openbare straatweg (baan, grootbaan, steenweg, kasseiweg, klinkerd, klinkweg) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 26546 |
openbreken |
openbreken:
ȳǝ.pǝbrę̄kǝ (L416p Opglabbeek)
|
De molenstenen van hun plaats nemen als ze gescherpt moeten worden. Daartoe moet de molenaar de kuip met alle toebehoren rondom de stenen verwijderen. Vervolgens licht hij de loper uit het staakijzer en legt hem omgekeerd naast de ligger, zodat het maalvlak van de loper en ligger bewerkt kan worden. De meeste in dit lemma opgenomen termen veronderstellen de (molen)stenen of de molen als object. [N O, 33g; Vds 199; Jan 178; Coe 160; Grof 194]
II-3
|
| 18163 |
opereren |
opereren:
opereren (L416p Opglabbeek),
òpəréérə (L416p Opglabbeek)
|
Opereren: een operatie verrichten (opereren, vlijmen, snijden). [N 107 (2001)] || Opereren: een operatie verrichten (vlijmen, snijden). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 34480 |
opgroeiend jong kipje |
kieken:
kikǝ (L416p Opglabbeek),
pulletje:
pęlkǝ (L416p Opglabbeek)
|
Bedoeld wordt het kipje dat niet meer bij de klokhen is maar dat nog niet legt. [N 19, 40c]
I-12
|
| 18218 |
ophanger |
ophanglus:
ophanglus (L416p Opglabbeek),
ophaŋløs (L416p Opglabbeek)
|
het lusje waarmee men de jas kan ophangen [N 59 (1973)] || Het lusje waarmee men de jas kan ophangen. [N 59, 125; Gi 1.IV, 37]
II-7, III-1-3
|
| 25150 |
opklaren |
opklaren:
opklōͅrə (L416p Opglabbeek),
de lucht klaart op
də loͅxt klōͅrt op (L416p Opglabbeek),
optrekken:
optreͅkə (L416p Opglabbeek)
|
opklaren, helder worden [op-, doorweere, optrekken, afzomen, zich klaren, opklaren] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 21275 |
opmaken |
opmaken:
gɛlt opmâ:kə (L416p Opglabbeek)
|
geld opdoen (opmaken) [RND]
III-3-1
|
| 33925 |
opmaken van staart en manen |
opmaken:
ǫpmākǝ (L416p Opglabbeek),
opvlechten:
ǫp˱vlęxtǝ (L416p Opglabbeek)
|
In dit lemma zijn de antwoorden op twee vragen samengebracht: "het opmaken van staart en manen" (N 8, 103a), en "een paardestaart vlechten" (N 8, 103b). De antwoorden op vraag 103a hebben immers vrijwel alleen met het opmaken en vlechten van de staart te maken. [N 8, 103a en 103b]
I-9
|
| 29110 |
opnaaisel |
opnaaisel:
opnęjsǝl (L416p Opglabbeek)
|
Omgenaaide plooi in een kledingstuk waardoor het korter wordt. [N 62, 20]
II-7
|
| 19235 |
opnieuw beginnen |
opternieuw beginnen:
oͅpərnij bəgeͅnə (L416p Opglabbeek),
oͅpərnijw bəgeͅnə (L416p Opglabbeek)
|
opnieuw beginnen: veel dialecten kennen nog andere woorden dan opnieuw [ZND 40 (1942)]
III-1-4
|