e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
openbare weg baan: báán (Opglabbeek) een grote, doorgaande weg, een openbare straatweg (baan, grootbaan, steenweg, kasseiweg, klinkerd, klinkweg) [N 90 (1982)] III-3-1
openbreken openbreken: ȳǝ.pǝbrę̄kǝ (Opglabbeek) De molenstenen van hun plaats nemen als ze gescherpt moeten worden. Daartoe moet de molenaar de kuip met alle toebehoren rondom de stenen verwijderen. Vervolgens licht hij de loper uit het staakijzer en legt hem omgekeerd naast de ligger, zodat het maalvlak van de loper en ligger bewerkt kan worden. De meeste in dit lemma opgenomen termen veronderstellen de (molen)stenen of de molen als object. [N O, 33g; Vds 199; Jan 178; Coe 160; Grof 194] II-3
opereren opereren: opereren (Opglabbeek), òpəréérə (Opglabbeek) Opereren: een operatie verrichten (opereren, vlijmen, snijden). [N 107 (2001)] || Opereren: een operatie verrichten (vlijmen, snijden). [N 84 (1981)] III-1-2
opgroeiend jong kipje kieken: kikǝ (Opglabbeek), pulletje: pęlkǝ (Opglabbeek) Bedoeld wordt het kipje dat niet meer bij de klokhen is maar dat nog niet legt. [N 19, 40c] I-12
ophanger ophanglus: ophanglus (Opglabbeek), ophaŋløs (Opglabbeek) het lusje waarmee men de jas kan ophangen [N 59 (1973)] || Het lusje waarmee men de jas kan ophangen. [N 59, 125; Gi 1.IV, 37] II-7, III-1-3
opklaren opklaren: opklōͅrə (Opglabbeek), de lucht klaart op  də loͅxt klōͅrt op (Opglabbeek), optrekken: optreͅkə (Opglabbeek) opklaren, helder worden [op-, doorweere, optrekken, afzomen, zich klaren, opklaren] [N 22 (1963)] III-4-4
opmaken opmaken: gɛlt opmâ:kə (Opglabbeek) geld opdoen (opmaken) [RND] III-3-1
opmaken van staart en manen opmaken: ǫpmākǝ (Opglabbeek), opvlechten: ǫp˱vlęxtǝ (Opglabbeek) In dit lemma zijn de antwoorden op twee vragen samengebracht: "het opmaken van staart en manen" (N 8, 103a), en "een paardestaart vlechten" (N 8, 103b). De antwoorden op vraag 103a hebben immers vrijwel alleen met het opmaken en vlechten van de staart te maken. [N 8, 103a en 103b] I-9
opnaaisel opnaaisel: opnęjsǝl (Opglabbeek) Omgenaaide plooi in een kledingstuk waardoor het korter wordt. [N 62, 20] II-7
opnieuw beginnen opternieuw beginnen: oͅpərnij bəgeͅnə (Opglabbeek), oͅpərnijw bəgeͅnə (Opglabbeek) opnieuw beginnen: veel dialecten kennen nog andere woorden dan opnieuw [ZND 40 (1942)] III-1-4