| 22429 |
tegen de bal schoppen |
schoppen:
sjoepe (L416p Opglabbeek),
sjoͅpən (L416p Opglabbeek),
sjotten:
sjoͅte (L416p Opglabbeek),
stampen:
stampe (L416p Opglabbeek)
|
Hoe heet iets met een voetbeweging verwijderen in het voetbalspel om de bal in een richting te jagen: de bal ... [ZND 42 (1943)] || Tegen de bal schoppen in het voetbalspel [schoppen, trappen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 28623 |
tegen het doek jagen |
tegen de doek jagen:
tīgǝ dǝn dōk jāgǝ (L416p Opglabbeek)
|
Vroegere methode van zwermverhindering. Men doekt de korf op en sluit het vlieggat, alsof men wil afjagen. De bedoeling is dat de koninginnepoppen in de doppen afsterven, doordat zij op het weke achterlijf rusten en in elkaar zakken bij het kloppen. Het is geen afdoende manier om het zwermen te verhinderen. [N 63, 96b; monogr.]
II-6
|
| 29092 |
tegenknoop |
knoopje:
knoopje (L416p Opglabbeek)
|
Knoopje dat moet voorkomen dat de knopen op de goede kant de stof inscheuren. Tegenknoopjes zijn praktisch voor sluitingen waarop veel spanning staat en voor sluitingen in dikke stof. [N 59, 137]
II-7
|
| 21210 |
telefoon |
telefoon:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
tiləfoon (L416p Opglabbeek)
|
het toestel om de menselijke stem over te brengen [telefoon] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21211 |
telefooncel |
telefooncel:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
tiləfoonsel (L416p Opglabbeek)
|
het kleine vertrek van waaruit men kan telefoneren [telefooncel, cel] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21208 |
telegram |
telegram:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
tilləgrám (L416p Opglabbeek)
|
een per telegraaf overgebracht bericht [telegram, draadbericht] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 23638 |
ten offer gaan |
ten offer gaan:
ten offer guun (L416p Opglabbeek)
|
De offergang maken, ten offer gaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34318 |
tenenklauw |
tenenklauw:
tī.ǝnǝklau̯ (L416p Opglabbeek)
|
Hoef van een varken. [JG 1a]
I-12
|
| 17632 |
tepel |
tepel:
tēpǝl (L416p Opglabbeek),
tet:
tet (L416p Opglabbeek)
|
borsttepels [N 10c (1995)] || Deem, speen, borst. [A 30, 6e; L 49, 6e; N 8, 39a, 39b en 40]
I-9, III-1-1
|
| 34320 |
tepel, tet |
deem:
dī.ǝm (L416p Opglabbeek),
tepel:
tīǝ.pǝl (L416p Opglabbeek),
tet:
tęt (L416p Opglabbeek),
tɛt (L416p Opglabbeek)
|
Het afzonderlijk melkgevend orgaan van het varken of de tepel. [N 19, 19a; JG 1a, 1b; L 49, 6d; A 30, 6d; G 1, 6d; monogr.]
I-12
|