e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ui, ajuin ajuin: ajyn (Opglabbeek), en: in (Opglabbeek), indj: iêndsj (Opglabbeek), unne: enə (Opglabbeek), innen (Opglabbeek) ajuin [ZND 01 (1922)] || ajuin (sg) [Goossens 1b (1960)], [Goossens 2b (1963)] || ui I-7
uienpannenkoek koek: kōk (Opglabbeek) Pannekoek met in schijven gesneden uien (oojekook?) [N 16 (1962)] III-2-3
uier uier: ei̯ǝr (Opglabbeek), i ̞i̯ǝr (Opglabbeek), ii̯ǝr (Opglabbeek, ... ), īi̯ǝr (Opglabbeek), īǝr (Opglabbeek), īǝrǝ (Opglabbeek) [JG, 1b; A 30, 6e; L 49, 6e; N 8, 39a en 39b]De melkklier van de koe zoals zij zich uitwendig vertoont onder aan de buik. Op de kaart is het woordtype uier niet opgenomen. [JG 1a, 1b; Gwn V, 7; L 8, 24a; L 14, 27a; RND 127; S 38; Wi 51; monogr.] || Uier, alle tepels samen. [N 19, 19b; JG 1a, 1b] I-11, I-12, I-9
uil bosuil: bosiel (Opglabbeek), uil: i-jl (Opglabbeek), īl (Opglabbeek) bosuil || uil [ZND A2 (1940sq)] III-4-1
uit de as gezeefde kolen oudding: Oud ding.  aut deͅnk (Opglabbeek) Hoe heet het overblijfsel van verbrande kolen dat nog eens kan branden ? [ZND 42 (1943)] III-2-1
uit de rij zetten uit de rij zetten: ēt ˲dǝ ri zętǝ (Opglabbeek) De korven een meter voor de stal zetten. Door de korven uit de rij te zetten kan men het zwermen van zwermachtige volken ook verhinderen. De meeste vliegbijen komen bij de zwakkere buren terecht. Hierdoor moeten de zwermzuchtige bijen eerst nieuwe vliegbijen zien te krijgen om weer te kunnen zwermen. Vergelijk het lemma Koud Zetten. [N 63, 96a; monogr.] II-6
uit de voor schieten schampen: ša.mpǝ (Opglabbeek), uitvliegen: ū.t.vlē.gǝ (Opglabbeek) Als men bij het ploegen op een hard voorwerp (b.v. een steen) stoot, of als men met name bij een voetploeg de staart niet vast of niet goed recht houdt, kan de ploeg uit de voor schieten: het ploeglichaam belandt dan in de vorige voor. [JG 1a;N 11A, 124b] I-1
uitbrander rappelement: reblement (Opglabbeek) hoe zeg je: een vermaning, een berisping krijgen (woord op -ment) ? [ZND 41 (1943)] III-1-4
uitdenken prakkedenken: prakkedènke (Opglabbeek) een enigzins grappige contaminatie: prakkezère en dènke: nadenken III-1-4
uiteenploegen vaneenaf ploegen: van`ęi̯.nãf [ploegen] (Opglabbeek), vaneenploegen: vanęi̯.n[ploegen] (Opglabbeek), vaneenvaren: vanęi̯.nvã.rǝ (Opglabbeek) Manier van ploegen (met een "enkele" ploeg), waarbij de voren in de richting van de zijkanten van de akker worden omgekeerd. Nadat men aan een van beide zijden de eerste voor heeft geploegd, laat men de ploeg slepend over de wendakker gaan naar de andere zijde, om daar de tweede voor te ploegen. Via de andere wendakker verplaatst men zich weer naar de overzijde. Achtereenvolgens ploegt men nu de 3e voor tegen de Ie, de 4e tegen de 2e, enz. Terwijl de sleepweg van de ploeg over de wendakkers steeds korter wordt, komen de beide voren dichter bij elkaar te liggen, totdat zij midden op de akker bij elkaar komen en daar een greppel of laagte vormen. Voor de termen aanschieten op de reen en op de reen beginnen zie men ook het lemma de eerste voor ploegen, onder C. [N 11, 48; N 11A, 121a; JG 1a + 1b; A 33, 1a + b; monogr.] I-1