| 18903 |
handeling |
gang:
gang (L371p Ophoven)
|
een op zichzelf staande, niet werktuigelijke verrichting, een handeling [gangen, gang, daad] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 17661 |
handen (kindernamen) |
handjes:
hendjes (L371p Ophoven)
|
Kinderwoorden voor de handen [N 109 (2001)]
III-1-1
|
| 17660 |
handen (spotnamen) |
kolenschoppen:
Voor grote handen.
kolenschopen (L371p Ophoven)
|
Spotbenamingen voor de handen [N 109 (2001)]
III-1-1
|
| 21519 |
handgeld |
handgeld:
ps. omgespeld volgens Frings. Het -tekentje achter hand en g@ld heb ik letterlijk overgenomen (of bedoelt invuller dit als een "glottishslag": ¿).
hand⁄geͅld⁄ig (L371p Ophoven)
|
eerste geld dat iemand ontvangt voor zijn waren [handsgeld?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 18906 |
handig |
handig:
henjùg (L371p Ophoven)
|
goed met de handen terecht kunnend; gemakkelijk en snel iets met de handen kunnen maaken [handig, mieg, erg, snel] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 34566 |
handkar |
stootbak:
stoǝt˱bak (L371p Ophoven),
stootkar:
stuǝtkar (L371p Ophoven)
|
Tweewielige kar die men met de handen voortduwt of trekt. Deze kar heeft twee bomen en zijplanken. [N 17, 15a; N G, 51; JG 1a + 1b; A 42, 4; monogr.]
I-13
|
| 17662 |
handpalm |
palm:
palm (L371p Ophoven)
|
Palm van de hand (binnenste van de hand, plat van de hand). [N 109 (2001)]
III-1-1
|
| 18256 |
handschoen |
haas:
(h)ōs (L371p Ophoven),
haos - ei paar haosen (L371p Ophoven),
hoas (L371p Ophoven),
hōͅsə (L371p Ophoven),
twie paar hoasə (L371p Ophoven)
|
een paar handschoenen [ZND 35 (1941)] || handschoen [ZND 35 (1941)] || handschoen - een paar handschoenen [ZND 01u (1924)] || handschoen - handschoenen [ZND m] || handschoenen, met vier vingers en een duim [vingerwante, haase, hejse] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33040 |
handvat van de zicht |
handvat:
hantj˲vat (L371p Ophoven),
kruk:
krøk (L371p Ophoven)
|
De steel van de zicht bestaat uit één stuk hout. Het bovenste deel ervan is scherp gebogen. Dit deel dient als handvat waarmee men de zicht hanteert. Zie de algemene toelichting bij paragraaf 4.2 en afbeelding 5. Vergelijk de lemma''s over de handvatten aan de steel van de zeis (3.2.4 - 3.2.7) in aflevering I.3. In de volgende plaatsen werd hetzelfde antwoord gegeven als voor "steel" (zie het lemma ''steel van de zicht'', 4.3.2): K 278, L 164, 288a, 296, 314, 320, 327, 330, 378, 381, 381b, 422, 426, 429, 431, P 175, Q 14, 15, 33, 71, 90, 93, 96, 99, 121, 197, 198b, 201, 207.' [N 18, 70b; JG 1a, 1b; A 14, 9; L 45, 9; monogr.]
I-4
|
| 33157 |
handvat van het strosnijmes |
kruk:
krøk (L371p Ophoven)
|
Het houten gedeelte van het strosnijmes. Vergelijk ook het de lemma''s ''steel van de zeis'' (3.2.3) in aflevering I.3 en ''steel van de zicht'' (4.3.2)in deze aflevering). Zie afbeelding 18, c. [N 18, 103b]
I-4
|