| 21182 |
veerpont |
veer:
véér (L371p Ophoven)
|
het vaartuig dat dient om voertuigen, personen enz. over een rivier te voeren [pont, veer, pomp, overzet, overzetter, overlaat, vlot] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 23659 |
veertigurengebed |
veertigurengebed:
feertig orengebed (L371p Ophoven)
|
Het veertigurengebed: de drie dagen = veertig uur durende aanbidding van het uitgestelde Allerheiligste, gehouden b.v. tijdens de carnavalsdagen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34267 |
veestapel |
beesten:
biǝstǝ (L371p Ophoven),
vee:
viǝ (L371p Ophoven)
|
Al het vee dat op een boerenbedrijf aanwezig is. Vergelijk het lemma ''vee'' (13.11) in deze aflevering. [JG 1a, 1b]
I-11
|
| 34282 |
veevoer verzamelen |
kruiden:
krūi̯.ǝ (L371p Ophoven),
krūi̯ǝ (L371p Ophoven)
|
Het plakken, trekken, steken of snijden van veevoer. Veevoer kan bestaan uit groenvoer, rapen, gras of gewassen als lupinen en serradella. Het verzamelen van veevoer kan dus bestaan uit verschillende handelingen. Object als "groenvoer", "konijnenvoer", "gras" e.a. zijn niet gedocumenteerd. Zie ook het lemma ''knollen uittrekken'' (2.2.6) in aflevering wld I.5. [N Q, 11c; JG 1a, 1b, 1c, 2c; L 36, 65; monogr.]
I-11
|
| 19431 |
vegen, keren |
keren:
keͅi̯rə (L371p Ophoven),
kière (L371p Ophoven),
kīrə (L371p Ophoven)
|
de vloer vegen, keren (zonder water) [ZND 34 (1940)] || Door strijken met een bezem, borstel van stof reinigen (keren, vegen, wissen, vagen) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 34244 |
vel op gekookte melk |
room:
rǫu̯m (L371p Ophoven),
vel:
vɛl (L371p Ophoven)
|
Het vlies dat ontstaat bij afkoeling van gekookte melk. [N 6, 16; L 6, 16; L 14, 23; A 39, 7b]
I-11
|
| 20943 |
vel op melk |
room:
ook mat. van ZND 14, vr. 23
roum (L371p Ophoven),
vel:
ook mat. van ZND 14, vr. 23
vel (L371p Ophoven)
|
velletje op melk [ZND 06 (1924)]
III-2-3
|
| 24919 |
veld, open land |
veld:
veljdj (L371p Ophoven)
|
veld, open land buiten de steden en dorpen, voor akkerbouw [pals] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 21742 |
veldfles |
veldfles:
veldfles (L371p Ophoven)
|
een fles die men op mars meeneemt om er onderweg uit te kunnen drinken [veldfles, bobbelke] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 23494 |
veldkruis |
veldkruis:
veljdkruus (L371p Ophoven)
|
Een kruisbeeld in het veld, langs de openbare weg opgericht [veldkruis, devotiekruis?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|