| 30435 |
korbelen |
kromme benen:
krom bēn (L163p Ottersum)
|
Balkjes die ter ondersteuning tussen de standvink en de moerbalk worden aangebracht. Zie ook afb. 70c. [N 54, 120e]
II-9
|
| 33964 |
kordeel, hotlijn |
toom:
tōm (L163p Ottersum)
|
Riem die of touw dat aan de korte teugel (cf. lemma Loenje) is vastgemaakt en door de voerman in de hand gehouden wordt. Als de voerman aan die lijn trekt, draait het paard naar links (haar), als hij er zachte rukjes aan geeft, draait het paard naar rechts (hot). Meestal wordt de gewenste richting van het paard echter vooral met commando''s aangegeven. [JG 1a, 1b; N 13, 29 en 32]
I-10
|
| 20109 |
korenbloem |
rogbloem:
rogbloem (L163p Ottersum),
weidebloem:
wèjjenbloem (L163p Ottersum)
|
korenbloem
III-4-3
|
| 33092 |
korenmijt zetten |
zetten:
zętǝ (L163p Ottersum)
|
Het maken van de korenmijt. Zie de toelichting bij het lemma ''buitenstaande korenmijt'' (5.1.18). Het object van de overgankelijke werkwoorden is steeds: een korenmijt, of, kortweg, koren. [N 15, 44; JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|
| 32536 |
korf |
ben:
bɛn (L163p Ottersum),
korf:
kø̜rf (L163p Ottersum),
kø̜rǝf (L163p Ottersum)
|
In het algemeen een uit wissen gevlochten en van een hengsel voorziene mand. Zie ook afb. 284. [N 20, 53; N 40, 37; monogr.]
II-12
|
| 24194 |
korhoen |
korhoen:
karhoen (L163p Ottersum)
|
korhoen (53 vrij zeldzame heidevogel; haan staalblauw, hen bruin en kleiner; houdt in het voorjaar pronkbijeenkomsten op een open plek op de hei [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 20617 |
korst |
kapje:
kɛpkə (L163p Ottersum),
korst:
kōrst (L163p Ottersum)
|
kapje, korstje van een brood || korst
III-2-3
|
| 18013 |
kortademig |
dempig:
dèmpig (L163p Ottersum),
démpig (L163p Ottersum)
|
kortademig [kort, kortborstig, dempig] [N 10a (1961)]
III-1-2
|
| 18287 |
korte broek |
korte boks:
korte bóks (L163p Ottersum)
|
broek, korte (jongens)~ die de knieën onbedekt laat [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18562 |
korte overjas |
jekker:
jekker (L163p Ottersum),
korte jas:
korte jas (L163p Ottersum)
|
overjas, korte ~ [jekker, joep, stoep, baadje] [N 23 (1964)]
III-1-3
|