| 20817 |
rijst |
rijst:
rist (L163p Ottersum)
|
rijst
III-2-3
|
| 20603 |
rijstebrij |
potjesbummel:
pøͅtjəs˂bøməl (L163p Ottersum),
Syst. WBD
pötjesbummel (L163p Ottersum),
rijstebrij:
riestebri-j (L163p Ottersum)
|
rijstebrij || Rijstebrij (pötjesbulling?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20737 |
rijstevlaai |
rijstevlaai:
ristevlaaj (L163p Ottersum),
Syst. WBD
riestevlaaj (L163p Ottersum)
|
Vla bedekt met spijs van rijst [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 21032 |
rijzen |
rijzen:
rīzǝ (L163p Ottersum)
|
[N 29, 25b; monogr.]
II-1
|
| 33084 |
rijzen, uit de aren vallen |
rijzen:
ręi̯zǝ(n) (L163p Ottersum)
|
Het uit de aren vallen van de graankorrels, wanneer het graan goed droog is en op de wagen getast wordt. ''tasser op de wagen'' (5.1.5). In L 286 en 288 voegt men toe dat dergelijk koren rijskoren (riskōrǝ) wordt genoemd. De laatste drie uitdrukkingen betekenen zoveel als: "het koren is zo droog dat de korrels uit de aren vallen". Naar de fonetische verschijningsvorm zouden de uitdrukkingen (het is) rijs echter ook persoonsvormen van het werkwoord rijzen kunnen zijn.' [N 15, 53; JG 1a, 1b, 2c; L 32, 41; monogr.]
I-4
|
| 29012 |
rimpelen, fronsen |
rimpelen:
rēmpǝlǝ (L163p Ottersum)
|
Al plooiend rijgen. Rimpelen is het uitrekken van een hoeveelheid stof tot een vooraf bepaalde kortere lengte, langs één of meer stiklijnen, waarbij de ruimte wordt verdeeld in gelijke, soepele plooitjes (Het Beste Naaiboek, pag. 178). Bij fronsen wordt de ruimte over een bredere afstand verdeeld dan bij rimpelen. Zie afb. 46. [N 59, 53; N 62, 12a; N 62, 30; Gi 1.IV, 34; MW; monogr.]
II-7
|
| 18396 |
ring |
ring:
e Ring (L163p Ottersum)
|
ring [GTP]
III-1-3
|
| 33582 |
ringen, randen verwijderen van peulvruchten |
ringen:
rengen (L163p Ottersum)
|
[N Q (1966)]
I-7
|
| 30635 |
ringkwast |
meniekwast:
mēnikwāst (L163p Ottersum),
zinkkwast:
zēŋkkwāst (L163p Ottersum)
|
Kwast waarbij de haarbundel in een smalle ijzeren ring wordt geplaatst en vervolgens wordt vastgewigd. [N 67, 30e]
II-9
|
| 24234 |
ringmus |
blauwmannetje:
blaowmènneke (L163p Ottersum),
blauwmenneke (L163p Ottersum),
ringelklut:
ringelklöt (L163p Ottersum)
|
ringmus || ringmus (14 bijna gelijk aan de huismus, maar chocoladepetje en -plekje op de wang; broedt meer in hol hout; vaak op trek in flinke troepen [N 09 (1961)]
III-4-1
|