| 18917 |
traag |
traag:
troag (L290p Panningen)
|
traag [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 21384 |
trakteren |
trakteren (<lat.):
traktīre (L290p Panningen)
|
trakteeren [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 17731 |
tranende ogen |
lopende ogen:
laupende auge (L290p Panningen),
soepogen:
Als er vuil uitkomt.
soepauge (L290p Panningen),
tranende ogen:
traonende auge (L290p Panningen),
zijpogen:
zīēpauge (L290p Panningen),
Als er vuil uitkomt.
zīēpauge (L290p Panningen)
|
oog: tranende ogen [sijp-, siep-, sijper-, seeper-, soep-, leep-, prutooge] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 19378 |
trap |
trap:
⁄n sjmaal trap (L290p Panningen)
|
trap [een smalle ~ ] [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 19710 |
trapleer |
trapleder:
trapleier (L290p Panningen)
|
trapleer [DC 39 (1965)]
III-2-1
|
| 33852 |
trappelende bewegingen maken |
dabben:
dabǝ (L290p Panningen)
|
Het paard tilt de poten hoog genoeg op, maar werpt ze niet vooruit; het blijft ter plaatse trappelen. [N 8, 70b en 71]
I-9
|
| 19850 |
trechter |
trechter:
trêchter (L290p Panningen)
|
trechter [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 32619 |
trechter op de gierton |
trechter:
trē̜xtǝr (L290p Panningen)
|
In het spongat van de oude houten gierton werd een trechter geplaatst. Langs deze trechter goot men de gier met een emmer de ton in. Bij het vervoer van de gier werd de trechter vaak afgedekt met een oude jutezak. [N 18, 123; N 11A, 53c; JG 1a + 1b; monogr.]
I-1
|
| 19463 |
trede |
tred:
trē̜t (L290p Panningen),
treed:
trē̜t (L290p Panningen)
|
De ijzeren opstapper die bij de huifkar aan een van de berries is opgehangen. Bij het rijtuig maakt de trede deel uit van de bak. [N 17, 39; N G, 59d; monogr.] || Het pedaal van een spinnewiel. Door het trappen op het pedaal met één of met beide voeten kan men het drijfwiel met behulp van de koppelstang doen draaien (Grothe, pag. 283-284). [N 34, B1; monogr.]
I-13, II-7
|
| 31210 |
trede, trapplank |
trede:
trē̜t (L290p Panningen),
treedplank:
trē̜plaŋk (L290p Panningen)
|
De trapplank waarmee men de zwengel van een draaibank of slijpsteen met de voet in beweging zet. [N 33, 247]
II-11
|