| 20662 |
peulvruchten afhalen |
vezen:
vēͅzə (L358p Reppel),
peulvruchten (inz. bonen) ontdoen van de zijdraad
vèze (L358p Reppel)
|
de vezeldraad van een peulvrucht verwijderen || vezen
III-2-3
|
| 18806 |
piekeren |
prakkiseren:
he zit do altied te prakkezieren (L358p Reppel)
|
hij zat daar altijd te mijmeren (onder "mijmeren"verstaan we hier: over zijn zorgen zitten te denken, te piekeren, te prakkezeren) [ZND 39 (1942)]
III-1-4
|
| 20876 |
pijpensteel |
pijpenroer:
pieperoor (L358p Reppel),
pijpensteel:
piepesteel (L358p Reppel),
roer:
roor (L358p Reppel)
|
Pijpensteel. Het dunne buisvormige deel van een pijp. [ZND 41 (1943)]
III-2-3
|
| 33055 |
pikbinder |
pikbinder:
pek˱be.nǝr (L358p Reppel)
|
Machine die niet alleen maait, maar het koren ook tot schoven samenbindt. Zie afbeelding 6. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel [machine] zie het lemma ''maaimachine'' (3.2.18) in aflevering I.3. Kaart 36 is een woordkaart gebaseerd op het materiaal uit dit lemma; kaart 37 is een betekeniskaart, gebaseerd op het materiaal uit dit lemma èn het lemma ''graanmaaimachine'' (4.5.2) en toont waar men met de termen zicht- en pikmachine ofwel de enkelvoudige maaimachine ofwel de combinatiemachine, pikbinder, aanduidt.' [N J, 4a; JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|
| 20811 |
pinda |
apenootje:
verkl. niêtsje Apeniêtsjes: apenootjes
apeniêtsje (L358p Reppel)
|
pinda
III-2-3
|
| 17670 |
pink |
pink:
pink (L358p Reppel)
|
Pink, de vijfde, kleinste vinger (pink (pinkel, pinker), kleine vinger). [N 106 (2001)]
III-1-1
|
| 23287 |
pinksteren |
pinksten:
pinksten (L358p Reppel),
pinksteren:
pinksteren (L358p Reppel)
|
Hoe heet de 50e dag na Pasen: Pinksteren of Sinksen? [ZND 40 (1942)]
III-3-3
|
| 22732 |
pinstokken (voor de slee) |
pikken:
komt van piek
peeken (L358p Reppel)
|
Hoe heten de stokken waarmee een kleine ijsslede wordt voortgeduwd? [ZND 40 (1942)]
III-3-2
|
| 25253 |
pint, maat van 0,5 liter |
pintje:
pi-jntsj (L358p Reppel)
|
inhoudsmaat: pint
III-4-4
|
| 20060 |
pioen |
stinkroos:
stinkruus (L358p Reppel, ...
L358p Reppel)
|
Pioen (Paeonia officinalis L.)
I-7, III-2-1
|