| 24729 |
esdoorn |
esdoorn:
esdoorn (L299p Reuver)
|
De esdoorn: een grote boom met dichte kroon; de twijgen zijn donkergrijs met groene knoppen; het blad is donkergroen, aan de onderzijde grijs; de bloemen staan in hangende trosvormige pluimen, terwijl de gevleugelde zaden onderling een scherpe hoek vormen [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 21854 |
etalage |
etalage (<fr.):
etalage (L299p Reuver),
etəlāāsj (L299p Reuver),
winkelruit:
winkəlrōèt (L299p Reuver)
|
de grote winkelruit waarachter men zijn waren uitgestald heeft [vitrine, etalage] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 19519 |
etensketeltje |
etensketeltje:
aeteskaetelke (L299p Reuver)
|
tweelingpannetje (voor soep en aardappelen) om eten naar arbeiders in het veld te brengen (hinkelman) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20719 |
etensresten |
overschotten:
Nieuwe [spelling]
euversjeut (L299p Reuver)
|
Etensresten, overschotjes (orte?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 18047 |
etter |
materie:
meteerie (L299p Reuver)
|
etter [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 23610 |
evangelie |
evangelie:
evangelie (L299p Reuver, ...
L299p Reuver)
|
De tweede lezing, het evangelie [t evangillie, evangjillióm?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 26537 |
ezel |
pijpenboom:
pīpǝbǫwm (L299p Reuver)
|
Aambeeldachtig, stalen hulpgereedschap dat door metaalbewerkers wordt gebruikt om metalen platen te bewerken, kachelpijpen hun vorm te geven en te klinken, etc. Het bestaat uit een soort stang die in een bankschoef kan worden geklemd, in het aambeeldgat van het aambeeld kan worden geplaatst of onder een kram op de werkbank of het werkblok kan worden vastgezet. Het werktuig kan verschillende vormen hebben. Zo bestaan er uitvoeringen met ronde of vierkante doorsnede; ook kan de bovenzijde van het werktuig plat of rond zijn. De ezel is aan één, vaak ook aan beide kanten te gebruiken. Soms is er een bolle, hoekige of platte verhoging op aangebracht. Zie ook afb. 164. De informant uit Q 121 kende twee soorten koperslagersezels. De ene was voorzien van twee rechte banen, de andere van één rechte baan en een ronde kop. Beide ezels werden gebruikt voor het bewerken van plaatmateriaal. In L 210 lag de ezel in een houten blok en had het werktuig verschillende vormen: groot, kort, dik en dun. Ook de informanten uit L 246, L 266 en L 329 kenden ezels met ronde en vierkante kop. [N 33, 211; N 33, 238a-c; N 33, 242a-b; N 64, 37a-b; N 66, 18a-b; monogr.]
II-11
|
| 19423 |
fakkel |
fakkel:
fakkel (L299p Reuver)
|
In een licht ontvlambare stof gedrenkt stuk hout als verlichtingsmiddel (fakkel, toorts, askel, lont) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 22485 |
fakkeloptocht |
sint-maartensoptocht:
st mertesoptoch (L299p Reuver)
|
Een optocht s avonds of s nachts waarbij fakkels meegedragen worden. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 20172 |
familie |
familie:
ein fəmīēlie (L299p Reuver),
femielie (L299p Reuver),
(afkomst).
femielie (L299p Reuver)
|
afkomst, afstamming; bloedverwantschap in neerdalende lijn [komaf, tuk, afkomst] [N 87 (1981)] || het geheel van bloedverwanten van dezelfde naam [familie, volk, parentatie, vriend] [N 87 (1981)]
III-2-2
|