e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Rosmeer

Overzicht

Gevonden: 2181

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(iets) zich niet aantrekken niks van aantrekken: de mus tich to niks van oantrekke (Rosmeer) Ge moet u dat niet aantrekken [ZND 32 (1939)] III-1-4
-> [wld iii 2.2] - wld iii, 2.2 !: bókwindəl (Rosmeer), doͅpklet`ə (Rosmeer), doͅpmantəl (Rosmeer), doͅpmetskə (Rosmeer), dyk (Rosmeer), halsdikskə (Rosmeer), noͅgəlbeͅnt`ə (Rosmeer), pisdyk (Rosmeer), vwal (Rosmeer), zeͅvərleͅpkə (Rosmeer) dekentje waaronder de dopeling naar de kerk wordt gedragen [N 25 (1964)] || doek, witte ~ die men het kind als een schortje voor de borst speldt [speet, spit] [N 25 (1964)] || doopjurkje [deumhemke] [N 25 (1964)] || doopmutsje [N 25 (1964)] || luier [winjel, luur, kindsdoek, psidoek, huik] [N 25 (1964)] || navelbandje [nagelbendje] [N 25 (1964)] || rouwsluiter(s) aan een hoed [N 25 (1964)] || slabje, morsdoekje voor kinderen [slabbertje, slabberlepke, zeiverlepke, slepke, bavet(sje) [N 25 (1964)] III-1-3
<naam> mei: zene mai viere (Rosmeer), mei vieren: zene mai viere (Rosmeer) Hoe heet: het naamfeest van iemand vieren? [ZND 32 (1939)], [ZND 32 (1939)] III-3-2
[falie] falie: foͅljə (Rosmeer) sluierdoek, zwarte ~ die over hoofd en schouders wordt gedragen, gewoonlijk in de rouwtijd [vaol, voeël, falje, falie, slöjer, linao] [N 23 (1964)] III-1-3
[kazavek?] kazavek: spannende bloes  kažəveͅk (Rosmeer) kasjevék, in de betekenis van vrouwenmantel; betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] III-1-3
[lijfje] lijfje: betekenis: wollen ondergoed dat over het hemd gedragen werd  leͅifkə (Rosmeer) lijfje, in de betekenis van soort kledingstuk; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] III-1-3
aaks aaks: ǭks (Rosmeer) Zware bijl met lange steel die wordt gebruikt om bomen te vellen. [N 50, 10b; N 75, 114d; L 32, 46; monogr.] II-12
aalmoes aalmoes: aalmuus (Rosmeer), almues (Rosmeer) aalmoes [ZND 01 (1922)], [ZND 32 (1939)] III-3-1
aam, maat van 150 l. aam: ps. boven de ô moet nog een lengteteken staan; deze combinatieletter is niet te maken!  ôm (Rosmeer, ... ) aam [ZND 01 (1922)], [ZND 32 (1939)] III-4-4
aambeeld aanvilt: (h)ǭvęlt (Rosmeer) Een gietijzeren of stalen blok waarop de smid het smeedwerk uitvoert. Aan één of twee zijden van het aambeeld kan een hoorn zijn bevestigd, een puntig uitsteeksel waarop ijzer kan worden gebogen. De vlakke bovenzijde van het aambeeld, de baan, wordt gebruikt voor het smeedwerk. In de baan zijn soms één of meer gaten aangebracht waarin gereedschap zoals de schroodbeitel en de tas kunnen worden geplaatst. Vgl. ook afb. 15. De invuller uit Q 121 kende drie soorten aambeelden: 1. het aambeeld met twee ronde hoorns; 2. het aambeeld met één ronde en één vierkante hoorn; 3. het aambeeld met één hoorn en een stuikblok. Ook andere respondenten vermeldden deze drie aambeelden. Vgl. ook afb. 14. In L 382 kende men ook nog een aambeeld dat speciaal gebruikt werd bij het aanbrengen van de kap op vijlbladen. Het bovenvlak van dit aambeeld was van zacht roodkoper vervaardigd. Zie ook het lemma "vijlkap". [N 33, 40; N 33, 49; N 33, 50; S 1; R 14, 8b; L 1a-m; L 1u, 2; L 17, 9; L B1, 201; N 64, 32a-b; N 66, 13a-b; monogr.] II-11