| 34619 |
hoepels van de huifkar |
repen:
ręi̯pǝ (Q098p Schimmert)
|
Houten hoepels waarover de huif gespannen werd. De hoepels werden in krammen tegen de zijplanken bevestigd. Meestal waren er vijf, waarvan de voorste naar voren helde. [N 17, 74 + 99]
I-13
|
| 18017 |
hoest |
hoest:
hoos (Q098p Schimmert)
|
hoest [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18018 |
hoesten |
hoesten:
hooste (Q098p Schimmert),
hoosten (Q098p Schimmert),
kuchelen:
kùchele (Q098p Schimmert)
|
hoesten [keche, kechelen] [N 10a (1961)] || kuchen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 33034 |
hoeveelheid halmen voor een halve schoof |
opper:
ø̜pǝr (Q098p Schimmert)
|
In het zuiden van Belgisch Limburg waar met de zicht wordt gemaaid kent men het begrip "ongebonden halve graanschoof"; de maaier haalt met één keer inkappen en uitwinnen de hoeveelheid halmen voor een halve schoof bijeen. In de rest van het onderzoeksgebied komt het begrip niet voor. Zie ook de algemene toelichting bij deze paragraaf en kaart 19. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; Goossens 1963, krt. 29; monogr.]
I-4
|
| 32937 |
hoeveelheid hooi die men opsteekt |
gaffel:
gafǝl (Q098p Schimmert),
riek:
rēk (Q098p Schimmert)
|
De hoeveelheid hooi die de opsteker in één keer met z''n gaffel aangeeft aan de optasser. Zie voor het vocalisme van het woordtype riek de opmerking in de semantische toelichting bij het lemma ''houten schudgaffel'' en bij het lemma ''hooihark''.' [N 14, 118; A 34, 5a]
I-3
|
| 18307 |
hoge herenschoen |
hoge mansschoen:
hoag mans-schoon (Q098p Schimmert),
hoge schoen:
hoèg sjoon (Q098p Schimmert)
|
herenschoenen, hoge ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18258 |
hoge hoed |
buis:
būūs (Q098p Schimmert),
hoge hoed:
hoagen hood (Q098p Schimmert)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20448 |
hoge hoed bij begrafenis |
buis:
būūs (Q098p Schimmert),
hoge hoed:
hoagen hood (Q098p Schimmert)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 32445 |
hoge klomp |
hoge klomp:
hwāgǝ [klomp] (Q098p Schimmert)
|
Klomp met een hoge en lange, tot boven de wreef doorlopende kap. De klompopening sluit bij dit type klompen goed om de voet zodat er geen klompenriem nodig is. Zie ook afb. 259. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ. De kapklomp die in en rond Venray (L 210) bekend was, was een luxe hoge klomp die versierd was met koperen spijkers. Hij was volgens het Venrays woordenboek (pag. 227), ondanks de hoge kap toch van een leren band voorzien en werd op zondag gedragen.' [N 24, 70b; monogr.]
II-12
|
| 18376 |
hoge klomp? |
hoge klomp:
hoig klòmpe (Q098p Schimmert)
|
klomp met hoge huif, hoge klomp, zonder riem gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|