| 20922 |
onrijp |
groen:
greun fruit ête (Q098p Schimmert),
groen (Q098p Schimmert),
WLD
greun (Q098p Schimmert)
|
fruit [onrijp ~ eten] [SGV (1914)] || Niet rijp, gezegd van een vrucht (groen, groenweg). [N 82 (1981)]
III-2-3
|
| 33535 |
onrijp, onvolgroeid |
groen:
greun (Q098p Schimmert),
groen (Q098p Schimmert),
WLD
greun (Q098p Schimmert),
onrijp:
ŏĕnriep (Q098p Schimmert),
verfroemeld:
verfroemelde (vrucht) (Q098p Schimmert),
vernepen:
WLD
vernepen (Q098p Schimmert)
|
Niet rijp, gezegd van een vrucht (groen, groenweg). [N 82 (1981)] || onrijp [SGV (1914)] || Onvolgroeid, gezegd van een vrucht (vernepen). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 19279 |
onrustig persoon |
onrustige, een -:
ŏnrŭstige (Q098p Schimmert)
|
een onrustig persoon, persoon die geen rust heeft, altijd bezig is [roerwarmoes] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18973 |
onschuldig |
onnozel:
onneuzel (Q098p Schimmert),
onnĕŭzel aprènsche (Q098p Schimmert)
|
zonder besef van goed en kwaad [onschuldig, onnozel] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18861 |
onstuimig |
giftig zijn:
guftig zin (Q098p Schimmert),
niet te houden:
nēēt te haŭwe (Q098p Schimmert)
|
moeilijk in toom te houden, driftig [wreed, onstuimig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 25175 |
onstuimige lucht |
akelige lucht:
akelige (grellige) loch (Q098p Schimmert),
donkere lucht:
dônker loch (Q098p Schimmert),
grillige lucht:
(akelige) grellige loch (Q098p Schimmert),
grĕllige loch (Q098p Schimmert)
|
lucht die onweer en regen voorspelt [broeilucht, smerige lucht, donderlucht, schoer] [N 81 (1980)] || onstuimige, woest bewolkte lucht [grellig] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 21901 |
ontberen |
derven:
dêrve (Q098p Schimmert),
ontberen:
ontbére (Q098p Schimmert),
veel missen:
veul misse (Q098p Schimmert)
|
niet hebben waaraan men grote behoefte heeft, ontberen [derven] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 20581 |
ontbijt |
koffiedrinken, het -:
koffiedrinken (Q098p Schimmert),
s morgens, de -:
8 uur
smīerges (Q098p Schimmert)
|
maaltijden; Hoe noemt U: Namen voor de verschillende maaltijden, afhankelijk van de tijd van de dag, eventueel van het jaar [N 80 (1980)] || namen en uren van de dagelijkse maaltijden: ontbijt [ZND 18G (1935)]
III-2-3
|
| 33719 |
ontbost terrein met een schop omwerken |
omgraven:
omgrāvǝ (Q098p Schimmert)
|
Het ontboste terrein met een schop omwerken om de achtergebleven wortels te verwijderen. [N 27, 10a]
I-8
|
| 33711 |
ontginnen |
breken:
brē̜kǝ (Q098p Schimmert)
|
Het in cultuur brengen van woeste grond. [N 27, 5; N 11a, 112; monogr.]
I-8
|