| 18236 |
halssnoer |
halsketting:
halskètting (L266p Sevenum),
snoer:
snoor (L266p Sevenum)
|
aan een snoer geregen kralen, parels, enz. als halssieraad [toer, snoer, ketting, karkant, collier] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 33927 |
halster |
halfter:
hɛlftǝr (L266p Sevenum),
hɛlǝftǝr (L266p Sevenum),
hoofdstel:
høtsǝl (L266p Sevenum),
kopstuk:
kǫpstøk (L266p Sevenum)
|
Stel van leren riemen - eventueel touwen - of kettingen dat het paard om het hoofd heeft als het niet ingespannen is. Aan de halsterring wordt de lijn of ketting gehecht waarmee het paard in de stal of op de weide wordt vastgebonden of waarmee het wordt geleid. Op sommige plaatsen wordt de term halster ook gebruikt om het Hoofdstel of de Stalband aan te duiden. [JG 1a, 1b, 1c, 1d, 2b, 2c; N 13, 18a; N 5 A II, 59e add.; monogr.] || Tuig aan de kop van een os of een stier. [N 3A, 14b; monogr.]
I-10, I-11
|
| 21434 |
halve gulden |
halve gulden:
halve gulden (L266p Sevenum)
|
halve gulden, een ~ [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 25225 |
halve maan, eerste kwartier |
eerste kwartier:
èrste keteer (L266p Sevenum),
èrste ketēēr (L266p Sevenum)
|
schijngestalte van de maan: eerste kwartier, halve maan [wassende maan, wassenaar] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25219 |
halve maan, laatste kwartier |
laatste kwartier:
laeste ketēēr (L266p Sevenum),
lèste keteer (L266p Sevenum)
|
schijngestalte van de maan: laatste kwartier [afnemende, donkere maan] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 21607 |
halve stuiver |
flap:
flap (L266p Sevenum)
|
halve stuiver, een 2 1/2 centstuk [lap, sjoe, groot, flapsent, bokkestuiver, grote cent, plak, bots, vierduitstuk?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 21606 |
halve-centstuk |
oortje:
aortje (L266p Sevenum)
|
halve-centstuk, een ~ [senske?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 31129 |
halvezool |
halvezool:
halvǝzōl (L266p Sevenum)
|
Nieuwe of extra zool onder de voorste helft van een schoen. [N 60, 233b; N 60, 232a]
II-10
|
| 18482 |
halvezool [wld ii.10, p. 60] |
halvezool:
halve zool (L266p Sevenum)
|
Een halve zool (halfzool, halflap?) [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 20820 |
ham, hesp |
schink:
schenk (L266p Sevenum)
|
welke soort ham wordt bij u met één woord aangeduid? Er zijn bij de slager 2 soorten ham te koop, gekookte en rauwe. Een ervan kan men met éeen woord aan duiden, bij de andere soort moet er nog een woord voor [DC 46 (1971)]
III-2-3
|