e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Spalbeek

Overzicht

Gevonden: 1456

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bedrijfsgedeelte van het boerenhuis achterhuis: āxtǝrhő̜ǝs, āxtǝrhø̜ǝs (Spalbeek) Bedoeld wordt het geheel van stallen en schuur dat achter het woonhuis gelegen is. Bepaalde benamingen zijn specifieke termen voor het bedrijfsgedeelte. Andere opgaven daarentegen zijn algemener en geven daarmee aan dat er voor de bedrijfsgebouwen geen aparte benaming bestaat, ze zijn ook in gebruik voor de boerderij in het algemeen, geven een opsomming van de voornaamste bedrijfsgebouwen of -ruimten (vandaar ook veel meervoudsvormen), verwijzen naar een belangrijk deel van de bedrijfsruimten (zoals de binnenhof of de dorsvloer) of wijzen op dat deel van het complex dat direct aan het woonhuis aansluit (zoals het stookhuis). [N 5A, 31; N 5,126; monogr.] I-6
bedroefd een lange lip hebben: ook materiaal znd 23,33  ien lang lip hebben (Spalbeek), triestig: ook materiaal znd 23,33  triestig (Spalbeek) droef [ZND 01 (1922)] III-1-4
bedsprei bedsprei: bɛtsprē (Spalbeek) Een bedsprei met franjes [ZND 23 (1937)] III-2-1
begrafenis begrafenis: begrafenis (Spalbeek) begrafenis; een schoone - [ZND 32 (1939)] III-2-2
bekeuren pakken: pakke (Spalbeek) beboeten [ZND 36 (1941)] III-3-1
bekostigen? bekostigen: ps. omgespeld volgens Frings.  bəkōstegə (Spalbeek) Betekenis en uitspraak van: het werkwoord bekostigen = betalen, b.v. "dat kan ik niet bekostigen? [bekostigen, beköstigen?] [N 21 (1963)] III-3-1
belofte niet houden zijn woord eten: woord eten (Spalbeek) hoe heet: een belofte of een gegeven woord niet houden, een overeenkomst opzeggen? (in 1 woord) [ZND 32 (1939)] III-3-1
beloken pasen beloken pasen: bleuwke poeëse (Spalbeek) Beloken Pasen (zondag na Pasen). [ZND 17 (1935)] III-3-3
bemesten mesten: męstǝ (Spalbeek) De in dit lemma opgenomen woorden betekenen "mest in het land doen, het land vruchtbaar maken met stalmest". Ze worden doorgaans gebruikt in combinatie met "akker", "(stuk) land" e.d., ook al is dit object - behoudens een enkele uitzondering - bij de onderstaande woordtypen er niet bij vermeld. Voor mesten in de zin van "mest naar het land brengen" en "mest over het land uitspreiden" zie men de lemmata mest uitrijden en mest verspreiden. [JG 1a + 1b; N 11, 14; N 11A, 1; L 1a -m; L 31, 18; S 23; mongr.] I-1
benauwd en vochtig weer malse lucht: màlsə loͅxt (Spalbeek), mottig (weer): moͅtex wē’ər (Spalbeek) lucht bij vochtig en warm zomerweer [graslucht] [N 22 (1963)] || warm, benauwd en vochtig weer (in de zomer) [bederfelijk, voos, smoel, zoel, zuul, broejerig, luimerig, mottig, moddelwarm, zomig] [N 22 (1963)] III-4-4