e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Spekholzerheide

Overzicht

Gevonden: 2437

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aszeef kolenzeef: kolenzeef  koale zeef (Spekholzerheide), ringelskorf: reŋəlskøͅrf (Spekholzerheide) kolenzeef || zeef; inventarisatie soorten en gebruiksmogelijkheden; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] III-2-1
avondmaal avondbrood: oa’vendbroeëd (Spekholzerheide), avondeten: oavendè:se (Spekholzerheide) avondeten || de laatste maaltijd van de dag (verschil tussen zomer en winter [N 06 (1960)] III-2-3
azijn essig: Zoeë zoer wie es¯sieg D¯r knien in d¯r es¯sieg leëje  es’sieg (Spekholzerheide) azijn III-2-3
baantje glijden op het ijs slepen: sjlīēfe (Spekholzerheide) Baantje glijden [siddere, slibbere, sleure, kejje]. [N 07 (1961)] III-3-2
baard baard: bá:t (Spekholzerheide, ... ) baard [DC 01 (1931)] III-1-1
baarmoeder baarmoeder: baarmodder (Spekholzerheide) baarmoeder [N 10c (1995)] III-1-1
baas ploegbaas: plox˱bās (Spekholzerheide) Bedrijfsleider, belast met het toezicht op en co√∂rdinatie van al de werkzaamheden in het steenbakkersbedrijf; vooral het stoken en het bakken van de stenen heeft zijn bijzondere aandacht. In het lemma zijn zowel benamingen opgenomen voor de baas bij een veldoven als voor de ploegbaas bij de latere industriële steenbakkerijen. Zie voor het woordtype inzetter ook de toelichting bij het lemma ɛinzetterɛ.' [N 98, 4; monogr.] II-8
babbelaar melksklompje: milchs’klumsje (Spekholzerheide) caramel III-2-3
baby, zuigeling wickelditz-je: wik’keldiets-je (Spekholzerheide), wikkelkind: wik’kelkink (Spekholzerheide) bakerkind, baby III-2-2
badknecht badknecht: batknę̄t (Spekholzerheide  [(Willem-Sophia)]   [Domaniale]) Man die het badlokaal, eventueel ook het kleedlokaal, schoonhoudt. Volgens Lochtman (pag. 166) was het op de Domaniale mijn gebruikelijk in het kleedlokaal van "kouwewärter" te spreken en in het badlokaal van "badknecht". [N 95, 126; monogr.] II-5