e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Stein

Overzicht

Gevonden: 5275

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aandeel, part part: part (Stein) het deel van het geheel dat men krijgt [garant, rantsoen, part, portie, deel] [N 91 (1982)] III-4-4
aandringen aandringen: aandringen (Stein) met klem trachten gedaan te krijgen, met drang onder de aandacht brengen [prossen, aandringen] [N 85 (1981)] III-1-4
aaneenschroeven vastschroeven: vasšrūvǝ (Stein) Twee stukken hout aan elkaar schroeven. [N 53, 153b] II-12
aangesneden beleg aangesneden belegsel: āngǝsnējǝ bǝlɛksǝl (Stein) Aangeknipt belegsel. Zie ook de toelichting bij het lemma ɛbelegɛ.' [N 59, 114b] II-7
aangeven, verklikken aangeven: aangêve (Stein), aanschieten: aansjieten (Stein, ... ), verraden: ps. boven de "Ø"staat nog een dakje; deze combinatieletter is niet te maken/om te spellen!  verrōje (Stein) een overtreding of misdrijf bekend maken aan de overheid [aangeven, verklikken, verklappen] [N 90 (1982)] || heimelijk een overtreding of misdrijf aangeven [bij de overheid] [klikken, verklikken, paanderdragen, klikspanen] [N 90 (1982)] III-3-1
aanhangkap aanhangkap: aanhangkap (Stein  [(Maurits)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]) Algemene benaming voor verschillende typen metalen kappen die bij ondersteuning in pijlers toegepast worden. Er bestaan verschillende soorten pijlerkappen, zoals de Haarmannkap, de Gutehoffnungshüttekap en de Van Werschkap. Pijlerkappen kunnen los naast elkaar worden geplaatst, maar ze kunnen ook onderling met elkaar worden verbonden. Daarnaast zijn er kappen die aan de reeds bestaande kunnen worden bevestigd en tegen het dak rusten en dit voorlopig ondersteunen zonder dat er een stijl onder is geplaatst. Dit type kap wordt vooral toegepast in mechanische pijlers waar een stijlenvrij koolfront noodzakelijk is (MBK III pag. 92-93). [N 95, 609; N 95, 363] II-5
aanhitsen ophitsen: WBD/WLD  ophitzen (Stein), sarren: sarren (Stein) Hoe noemt u een hond kwaad maken, aanhitsen (hitsen, hissen, opkiezen) [N 83 (1981)] III-2-1
aanhoudend klagen lamenteren: lamenteren (Stein), zanken (du.): senken (Stein) aanhoudend morren en klagen [neuriën] [N 85 (1981)] III-1-4
aanhoudend regenen blijven zouwelen: het blief zauwelen (Stein) voortdurend regenen [knoeien] [N 22 (1963)] III-4-4
aanhoudend vragen bedelen: bêdele (Stein), bekende wegen vragen: bekende wegen vràgen (Stein), zaniken: zanikken (Stein), zannikke (Stein) aanhoudend vragen om iets te krijgen [kutten] [N 87 (1981)] || alsmaardoor blijven vragen [maren] [N 87 (1981)] III-3-1