e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Stevensvennen

Overzicht

Gevonden: 235

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
boog boog: bo.g (Stevensvennen) boog [RND] III-3-2
borstriem borstriem: %%voor de fonetische documentatie wordt verwezen naar het lemma BORSTRIEM%%  [borstriem] (Stevensvennen) I-10
bos bos: bǫs (Stevensvennen) Een met opgaande bomen beplante uitgestrektheid grond hetzij in natuurstaat of aangelegd. [N 27, 4a; RND 82; L 1a-m; L 22, 7; Vld.; monogr.] I-8
boterkuip teil: teil (Stevensvennen) Houten kuipje waarin de boeren de boter wassen. [JG 1c, 2c] I-11
bouwland veld: fęlt (Stevensvennen) Voor de akkerbouw gebruikt land, het geheel van akkers. [N 6, 33a; N 27, 3a; N 5AøIIŋ, 95a, 95b en 95c; N 11, 1a; L 31, 18; L 19, 1a; L 37, 11b; L a1, 113; L 4, 38; JG 1a, 1b; A 3, 38; A 10, 4; A 20, 1b; Wi 7; S 49; RND 4, 7, 8 en 10, r.37; Vld.; monogr.] I-8
braambessen braambeziën: brɛmbēziǝ (Stevensvennen) Als aanvulling op de vraag die in het lemma Braam is behandeld werd ook geïnformeerd naar de benamingen van de vrucht van de braamstruik. [JG 1b gedeeltelijk, 1c, 2c] I-5
brede buikriem slagriem: slaxrim (Stevensvennen) Riem die onder de buik van het paard wordt gespannen en aan de twee uiteinden van de berries wordt vastgemaakt. Hij zorgt ervoor dat het paard steviger tussen de berries staat en voorkomt dat de kar opkipt. Deze riem is breder dan de smalle buikriem opdat hij bij het opkippen van de kar niet in de buik van het paard zou snijden. [JG 1a, 1b, 1c, 2b, 2c; N 13, 73] I-10
brief brief: bri.f (Stevensvennen) brief [RND] III-3-1
broek broek: brok (Stevensvennen  [(weinig gebruikt)]  ) De horizontale riem van het achterhaam die om de billen van het paard loopt. [JG 1a, 1b, 2b; N 13, 75; monogr.] I-10
brood brood: brôôt (Stevensvennen) brood [RND] III-2-3