| 25130 |
motregen, fijne regen |
motregen:
motregen
moͅtrēͅgən (L423p Stokkem),
muggenpis:
mökgepis (L423p Stokkem),
siemel:
ziemel (L423p Stokkem)
|
motregen, fijne regen || motregen, stofregen [moef-, stief-, smook- naajersregen, stobber, mozel, mot, smies] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 25100 |
motregenen, licht regenen |
siebelen:
siemel (L423p Stokkem),
siemelen:
siemele (L423p Stokkem),
ziemele (L423p Stokkem),
zīməl, ət zīməlt (L423p Stokkem),
siemele
simələ (L423p Stokkem, ...
L423p Stokkem),
ziemele
zimələ (L423p Stokkem, ...
L423p Stokkem),
stofregenen:
stōfrēŋər (L423p Stokkem),
zeveren:
zeivere
zeivərə (L423p Stokkem),
ziemelen:
het ziemelt (L423p Stokkem)
|
beginnen te motregenen [te stieven, stiefregenen, mozelen, smossen, riezelen, ziebelen, zauwelen, netelen, zéémelen] [N 22 (1963)] || lichtjes regenen [sprenkelen, siebelen, zeiveren] [N 22 (1963)] || miezelen, motregenen || motregen, fijne regen || Motregenen. Vertaal in uw dialect: motregenen, het motregent (regenen met heel fijne druppels). [ZND 49 (1958)]
III-4-4
|
| 18325 |
mouwschort |
toe scholk:
towe sjolk (L423p Stokkem)
|
schort met mouwen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 24356 |
mug |
mug:
mäg (L423p Stokkem),
mök (L423p Stokkem)
|
mug [Willems (1885)]
III-4-2
|
| 33767 |
muil |
muil:
mou̯l (L423p Stokkem)
|
Zie afbeelding 2.9. [JG 1a, 1b]
I-9
|
| 26147 |
muilband |
naafnaas:
nāfnās (L423p Stokkem),
reep:
ręj.p (L423p Stokkem)
|
Brede, ijzeren band om het uiteinde van de naaf die voorkomt dat er aarde en modder op het aseinde terechtkomt. De muilband heeft soms een rechthoekig uitgekapte opening die afgedekt wordt met een klepje. Door de opening kan men de luns uit de as trekken zodat het wiel van de as kan worden verwijderd, bijvoorbeeld wanneer de as gesmeerd moet worden. Zie ook afb. 214. [N G, 43c; N 17, 60a; JG 1a; JG 1b; Vld.; div.]
II-11
|
| 32549 |
muilkorf |
mondsel:
møntšǝl (L423p Stokkem)
|
Gevlochten korfje dat (jonge) dieren voorgebonden krijgen om te beletten dat zij van een bepaald soort voer eten, dat zij niet mogen hebben. [N 40, 105]
II-12
|
| 34223 |
muilkorf voor kalveren |
muntel:
møntjǝl (L423p Stokkem)
|
De muilkorf voor kalveren die geen hooi mogen vreten. [N 3A, 14e]
I-11
|
| 18308 |
muiltje |
insteker:
instèjkers (L423p Stokkem)
|
muiltjes, pantoffels zonder hielstuk [N 24 (1964)]
III-1-3
|