e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Stokkem

Overzicht

Gevonden: 4071

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afgunst afgunst: aafgunst (Stokkem), jaloezie (<fr.): jaloezij (Stokkem) Afgunst, jaloezie. [N 96D (1989)] III-3-3
afgunstig afgunstig: aafgunstig (Stokkem) Afgunstig. [N 96D (1989)] III-3-3
afkammen bijeenvegen: bięi̯nvē̜gǝ (Stokkem), uitkemmen: ūtkø̜mǝ (Stokkem) Het uitharken van de dorsvloer wanneer de hele halmen al zijn verwijderd. Dit wordt gedaan om het korte stro bijeen te halen, dat dan in een "kortbussel" wordt gestoken, zie het volgende lemma. Aan de zegslieden is ook gevraagd op te geven met welk gereedschap de dorsvloer wordt afgekamd. Vaak gebeurde dit op meer dan één wijze. Deze vraag leverde de volgende opgaven op: a- met de ''hooihark'' -zie voor de heteroniemen het lemma ''hooihark'' -4,2,4- in aflevering I 3- in K 278, 314, 316, 318, 358, 359, L 211, 214, 215, 244c, 247, 265, 266, 270, 271, 282, 286, 289, 290, 291, 295, 312, 314, 317, 318b, 320c, 321, 321a, 322, 324, 326, 330, 331, 331b, 332, 355, 355a, 360, 366, 369, 370, 371, 372, 373, 374, 382, 387, 413, 414, 416, 420, 422, 425, 0426, 427, 432, P 48, 107a, 175, 176, 176a, Q 2, 2b, 9, 14, 18a, 20, 22, 32a, 71, 72, 78, 94b, 95, 96d, 97, 99*, 101, 111, 111*, 0112, 112b, 113, 117a, 121c, 156, 162, 178, 193, 197, 197a, 198b, 203, 204a, 211; b- met de ''deelhark'' -met ijzeren tanden- in K 358, L 163, 163a, 317, P 213, Q 22, 77; c- met de ''schuurreek'' in L 317 en Q 101; d- met de ''denreek'' in Q 33; e- met de schudgaffel -zie het lemma ''houten gaffel, schudgaffel'' -4,2,1- in aflevering I 3- in L 163, 163a, 265, 268, 289b, 290, 331, 331b, 0426, 432, Q 14, 33, 97, 100, 198b, 203; f- met de -oogst-gaffel- -zie het lemma ''ijzeren gaffel'', ''oogstgaffel'' -4,2,2- in aflevering I 3- in K 358, L 214, 247, 265, 268, 288, 289, 374, 422, 423, 426, 432, Q 98, 121c, 211; g- met de handen in K 314, 357, L 163, 163b, 269, 271, 289b, 295, 314, 320c, 325, 426, P 222, Q 9' [N 14, 27a en 32a; JG 1a, 1b -gedeeltelijk-, 1c, 2c; monogr.; add. uit N 14, 27b en 32b] I-4
afkijken afkijken: aafkieke (Stokkem), uitloeren: oetlore (Stokkem) afschrijven; Bij een buurman of buurvrouw kijken? [DC 48 (1973)] III-3-1
afkloppen gladkloppen: glātklǫpǝ (Stokkem  [(met klophamer en polierhamer)]  ) Met behulp van een hamer de oneffenheden verwijderen die in het oppervlak van het werkstuk zijn ontstaan na het bewerken van het koper. Vaak wordt hiervoor de polijsthamer gebruikt, soms ook een houten hamer. Zie ook dit lemma. [N 66, 30] II-11
aflaat aflaat: aaflaot (Stokkem) Een aflaat [ablas?]. [N 96B (1989)] III-3-3
afladen afladen: ā.flā.i̯ǝ (Stokkem) Wanneer de kar met de lading op de plaats van bestemming is aangekomen, wordt deze laatste afgeladen. Vergelijk voor het woordtype aftrekken ook het lemma Mest Van De Kar Aftrekken in WLD I, afl. 1, p. 11. [JG 1a, 1b; monogr.] I-10
afpassen met de voet, aftreden aftreden: aaftrèèje (Stokkem) afpassen met de voet, afmeten III-4-4
afraffelen aframmelen: aaframmele (Stokkem) (te) snel bidden, een gebed afraffelen. [N 96B (1989)] III-3-3
afranden de boord leggen: dǝ bōǝrt lę ̝qǝ (Stokkem) Het vlechten van de bovenste rand van de mand. [N 40, 67] II-12