| 26596 |
los draaien |
los lopen:
lǫs lǫwpǝ (L318p Stramproy)
|
De molen laten draaien zonder dat de stenen werken. Met betrekking tot het woordtype voor de prins draaien (l 265) merkt Wiessner (pag. 94) op: ø̄Deze uitdrukking schijnt afkomstig te zijn uit de tijd van de vele belegeringen en uithongeringen van steden. Men liet dan de molen zonder de stenen draaien, daarmede de schijn ophoudend nog eten genoeg te hebben.ø̄ [N O, 13h]
II-3
|
| 34008 |
losgetuigd leiden |
los in de lijn:
lǫs en dǝ lin (L318p Stramproy)
|
Een paard zonder zadel en niet tussen berries leiden met de teugel. [N 8, 101c]
I-10
|
| 25217 |
luchtx |
lucht:
Algemene opmerking: lijst niet omgespeld!
locht (L318p Stramproy, ...
L318p Stramproy)
|
lucht [DC 03 (1934)]
III-4-4
|
| 19619 |
lucifer |
zwegeltje:
zwēgelke (L318p Stramproy)
|
Hoe noemt men het houtje, waarmee men vuur kan maken en dat in het Nederl. lucifer wordt genoemd? [DC 30 (1958)]
III-2-1
|
| 21346 |
lui (lieden) |
lui:
luu (L318p Stramproy),
mensen:
minsən (L318p Stramproy)
|
lui/lieden; de - zijn vandaag allemaal buiten op het land aan het maaien [DC 03 (1934)] || mensen [RND]
III-3-1
|
| 26319 |
luias |
luiwerkas:
lø̜jwęrǝkas (L318p Stramproy)
|
De as waarop de luireep of luiketting gewonden wordt. Zie ook afb. 65. De as is in functie vergelijkbaar met de rol van het luiwerk in watermolens. Zie ook het lemma ɛrolɛ.' [N O, 25g; A 42A, 45]
II-3
|
| 26309 |
luien |
opholen:
ǫphōlǝ (L318p Stramproy)
|
Zakken met hand-, wind- of waterkracht optrekken. [N O, 26a]
II-3
|
| 20281 |
luiermand |
kindskorf:
kindskorf (L318p Stramproy)
|
korf; Welke verschillende namen voor verschillende korven kent uw dialect? Geeft u een zo volledig mogelijke opsomming [N 20 (zj)]
III-2-2
|
| 26323 |
luigat, zoldergat |
luikgat:
lūk˲gāt (L318p Stramproy)
|
Het gat waardoor de luireep loopt en waardoor de zakken worden opgetrokken. Het gat wordt meestal afgesloten door de luival. Daar er sprake kan zijn van een binnen- en een buitenreep, kan het gat zich in en/of buiten de molen bevinden. Bij de standerdmolen bevindt zich een luival in de galerij, buiten de molen. In de watermolen daarentegen is een dergelijke voorziening doorgaans binnen in de molen aan te treffen. [N O, 25u; A 42A, 44 add.; Jan 236; Coe 213; Grof 239]
II-3
|
| 26325 |
luikapje |
kapje:
kɛpkǝ (L318p Stramproy),
kapje van luiwerk:
kɛpkǝ van lø̜jwęrǝk (L318p Stramproy)
|
Luifel of apart houten kapje dat bij de standerdmolen bevestigd is boven dat gedeelte van de luias dat naar buiten steekt. Zie ook afb. 66. [N O, 25s; Sche 21]
II-3
|