| 20570 |
met kleine hapjes eten |
smikkelen:
smikkele (L318p Stramproy)
|
Hoe noemt U: Druk eten met kleine hapjes (busselen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 34003 |
met paard en kar rijden |
varen:
vā.rǝ (L318p Stramproy)
|
[JG 1b, 2c; N 8, 100; Wi 33; monogr.]
I-10
|
| 26210 |
met volle zeilen |
volle zeilen in top:
vǫlǝ zęjlǝ en top (L318p Stramproy)
|
Gezegd van een molen wanneer alle zeilen bijgezet zijn. Zie ook afb. 44D. [N O, 7f; N O, 7e; N O, 7c; A 42A, add.]
II-3
|
| 29920 |
metselaar |
metselaar:
mɛ ̝tsǝlē̜ǝr (L318p Stramproy)
|
Ambachtsman die metselwerk verricht. Zie ook de toelichting bij de lemmata 'metselen' en 'handlanger'. [Wi 2; S 23; L 1a-m; L 17, 30; L B1, 103; RND 46; N 30, 1a; N 95, 159; monogr.; Vld]
II-9
|
| 20513 |
metworst |
saucijs:
sesies (L318p Stramproy)
|
metworst; Hoe noemt U: Worst met gehakt (varkens)vlees (metworst, snijworst, saucisse) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 24901 |
middag (s middags) |
middag:
middəch (L318p Stramproy)
|
middag [RND]
III-4-4
|
| 20573 |
middagmaal |
middag, de -:
middag (L318p Stramproy),
middageten:
middig aete (L318p Stramproy),
middigète (L318p Stramproy)
|
maaltijden; Hoe noemt U: Namen voor de verschillende maaltijden, afhankelijk van de tijd van de dag, eventueel van het jaar [N 80 (1980)] || namen en uren van de dagelijkse maaltijden: 12 uur [ZND 18G (1935)] || namen en uren van de dagelijkse maaltijden: middag [ZND 18G (1935)]
III-2-3
|
| 33785 |
middendeel van het paard |
middenhand:
medǝhantj (L318p Stramproy)
|
De middel- of middenhand van het paard, in tegenstelling met ''voorste deel van het paard tot achter de voorbenen'' (3.1.3) en ''achterhand van het paard'' (3.3.14). [JG 1a, 1b; N 8, 12]
I-9
|
| 24352 |
mier |
mier:
mier (L318p Stramproy)
|
mier, alg. [DC 43 (1968)]
III-4-2
|
| 21745 |
mikken |
mikken:
mikə (L318p Stramproy)
|
lonken (mikken) [RND]
III-3-2
|