| 26313 |
ogen insplitsen of bevestigen |
ogen aansplitsen:
ōgǝn ānspletzǝ (L318p Stramproy)
|
Ogen aan de luireep bevestigen d.m.v. splitsen of anderszins. [N O, 26e; N O, 25f add.]
II-3
|
| 24900 |
ogenblikje, korte tijd, eventjes |
beetje:
⁄n bitje (L318p Stramproy),
ogenblikje:
ougənblikskə (L318p Stramproy)
|
ogenblikje [DC 03 (1934)]
III-4-4
|
| 20547 |
olie |
smout:
smōāt (L318p Stramproy)
|
olie; Hoe noemt U: De vette vloeistof die b.v. gebruikt wordt bij het aanmaken van sla of het braden van vlees (smout, olie) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 33745 |
omheinen |
afmaken:
āfmākǝ (L318p Stramproy)
|
Iets omgeven met een omheining, meest van toepassing op een weiland. [N 14, 63; L 32, 45; A 25, 9; Gwn 16, 11; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 33734 |
omheining van takken |
tuin:
tūn (L318p Stramproy)
|
Omheining van een erf of een stuk land, gevlochten van takken. [A 25, 4b; monogr.]
I-8
|
| 33792 |
omhulsel van het teellid |
koker:
kōkǝr (L318p Stramproy)
|
Schede van de roede. [JG, 1b; N 8, 36 en 37b]
I-9
|
| 25685 |
omzetten |
omschieten:
ōmšētǝ (L318p Stramproy),
omzetten:
omzɛtǝ (L318p Stramproy)
|
Van de natte, kiemende gerst de onderste laag boven brengen. De invuller uit P 180 merkt op dat dit omzetten twee maal per dag geschiedt. Volgens de respondent uit L 210 maakt men hopen van ongeveer 25 cm hoogte om warmte, en daardoor broeiing te verwekken. [N 35, 11; N 35, 9; monogr.]
II-2
|
| 25087 |
onbelangrijk |
weinig:
weinig (L318p Stramproy)
|
weinig [DC 39 (1965)]
III-4-4
|
| 18401 |
ondergoed |
ondergoed:
ongergood (L318p Stramproy)
|
Onderkleding. Wat is in uw dialect het gewone woord voor onderkleding? [DC 62 (1987)]
III-1-3
|
| 33947 |
onderhaam |
onderhaam:
oŋǝrhām (L318p Stramproy)
|
Twee met elkaar verbonden kussens die het paard onder het haam draagt, als dat te groot is. [N 13, 11; monogr.]
I-10
|