| 20332 |
dochter |
dochter:
dochter (L331p Swalmen)
|
dochter [DC 03 (1934)]
III-2-2
|
| 24136 |
dodaars |
duikertje:
duu.kerke (L331p Swalmen),
duukerke (L331p Swalmen),
dūūkerke (L331p Swalmen)
|
dodaars || fuut: dodaars (26 nog kleiner dan geoorde fuut [122]; zwartig met witte tandpastaveeg aan de bek; broedt ook in brede poldersloten; geluid is hinnekend [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 20419 |
dode |
lijk:
liēk (L331p Swalmen)
|
het dode lichaam van een mens [lijk, dode, kadaver] [N 87 (1981)]
III-2-2
|
| 24726 |
dode tak |
stek:
sjtek (L331p Swalmen),
WLD
sjték (L331p Swalmen)
|
Een dode tak (stek). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 25373 |
doden |
slachten:
šlaxtǝ (L331p Swalmen)
|
De in dit lemma opgenomen gegevens duiden op het doden in het algemeen. De woordtypen kunnen betrekking hebben op zowel het doden van een varken als van een rund. Een bij de opgave eventueel bijgevoegd object ''varken'', ''rund'', ''koe'', ''beest''is niet in het woordtype opgenomen. De opgaven die wijzen op een doden door slaan met een hamer zijn ondergebracht in het lemma ''verdoven'', omdat het slachtdier in de regel door de slag eerst verdoofd raakte. Hierna kon het gemakkelijk gedood worden door steken of snijden. [N 28, 11a; N 28, 11b; N 28, 12 a; monogr.]
II-1
|
| 22674 |
doedelzak |
doedelzak:
doedelzak (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Het blaasinstrument dat bestaat uit een leren zak waarin de speler lucht blaast die hij dan door druk met de arm in een soort schalmei met toongaten blaast; andere schalmeien aan de zak blijven dezelfde toon geven [doedelzak, doerelzak, moemelzak]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|
| 18252 |
doek |
doek:
dook (L331p Swalmen),
hai vreef zien sjoon op mit nen dook (L331p Swalmen)
|
doek [SGV (1914)] || Doek. Hij wreef z’n schoenen op met ’n doek. [DC 35 (1963)]
III-1-3
|
| 22350 |
doel bij verstoppertje spelen |
stok:
sjtok (L331p Swalmen),
sjtoͅk (L331p Swalmen)
|
Het doel bij het verstoppertje spelen [buut]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 17925 |
doelloos friemelen |
friemelen:
friemele (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
haffelen: Doelloos met de handen spelen (haffelen, krawietelen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 22876 |
doelman |
keeper (eng.):
kiepper (L331p Swalmen)
|
Keeper, doelman.
III-3-2
|