| 33873 |
drachtige merrie |
dragende meer:
drāgǝndǝ mē̜r (L331p Swalmen)
|
De merrie "behoudt", als men na een drietal weken zekerheid heeft dat ze drachtig is; bij een miskraam "verwerpt" ze. [JG 1a, 1b; N 8, 50a]
I-9
|
| 33523 |
draden of randen van peulvruchten |
pijzen:
peize (L331p Swalmen)
|
[N Q (1966)]
I-7
|
| 25127 |
dragen, gezegd van ijs |
dragen:
drage (L331p Swalmen),
houden:
haajə (L331p Swalmen),
haje (L331p Swalmen)
|
dragen gezegd van ijs waarop men kan lopen [lijden, helen, houden] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 20663 |
dragon |
dragon:
dragon (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
is maggiplant
lavas (L331p Swalmen),
klopkruid:
WLD
klopkròet (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
lavas:
is maggiplant
lavas (L331p Swalmen)
|
Dragon; een overblijvende plant met smalle gaafrandige bladeren en 3 mm grote bloemhoofdjes waarvan de jonge bladeren dienen als specerij in sla en bij het inmaken van augurken, zilveruitjes, etc. (drakewortel, kloppenkruid, stragoen). [N 82 (1981)]
I-7, III-2-3
|
| 20500 |
drank |
zuip:
zeup (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
drank; Hoe noemt U: Dat wat gedronken wordt (drinken, soopje, zuip) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 33848 |
draven |
draven:
drāvǝ (L331p Swalmen),
lopen:
lu̯pǝ (L331p Swalmen)
|
In draf gaan, een actieve twee-tempogang, waarbij een diagonaal benenpaar gelijkmatig wordt opgeheven en weer neergezet, bijv. eerst linkervoorbeen en rechterachterbeen, daarna beide andere benen, met daartussen een zweefmoment. Zie afbeelding 9. [JG 1b; N 8, 81b en 81d]
I-9
|
| 21153 |
dreef |
dreef:
dreef (L331p Swalmen),
gelei:
gelei (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
dreef [SGV (1914)] || een weg aan met beide zijden een of meer rijen bomen (dreef, dreeft, laan,laning, lei) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18877 |
drenzen |
janken:
janke (L331p Swalmen),
jánke (L331p Swalmen),
zumpen:
zumpe (L331p Swalmen)
|
op een zeurderige toon huilen [drenzen, jengelen, janken, drammen, simmen] [N 85 (1981)] || op zeurderige toon huilen [knooiachtig, dremmerig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19387 |
dressoir |
commode:
kemood (L331p Swalmen)
|
Kast zonder opbouw, voor zilver- of glaswerk (dressoir, lage kast, zilverkast) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 32764 |
driehoekige eg |
driekantige [eg]:
drikɛntjegǝ [eg] (L331p Swalmen)
|
De houten, later ijzeren, driehoekige eg, zoals voorgesteld door de afb. 51, 52 en 56. Voor welk werk de driehoekige eg gebruikt werd, is hier niet aangegeven. Daarvoor zie men de lemmata ''zaadeg''en ''onkruideg''. In de woordtypen van dit lemma vertegenwoordigt het lid drie ook dialectvarianten van het type drij. Voor het woord(deel) ''eg'' resp. ''eg'' zie men de toelichting bij het lemma ''eg''. [JG 1a; A 13, 16b add.; N 11, 70 + 72 add.; N J, 10 add.; div.; monogr.]
I-2
|