| 24939 |
drijfzand |
drijfzand:
driefzandj (L331p Swalmen),
driefzanjt (L331p Swalmen)
|
drijfzand, met water verzadigd zand dat rustig ligt maar waarin alles wegzakt wat er druk op uitoefent [drijf, drift, vloei, papieren zolder] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 29857 |
drijvers |
drijvers:
drī̄vǝrs (L331p Swalmen),
rieken:
rēkǝ (L331p Swalmen)
|
Messen en rieken die in de kleimolen ronddraaien en op deze wijze de klei snijden en mengen. [monogr.]
II-8
|
| 31418 |
drilklos |
klots:
klǫts (L331p Swalmen)
|
Onderdeel van een boogdrilboor, bestaande uit een houten of ijzeren rol met aan de onderkant een puntboor en aan de bovenkant een spil. Zie ook afb. 125. [N 33, 128]
II-11
|
| 31421 |
drilkoord |
drilsnoer:
drelšnǭr (L331p Swalmen)
|
Het koord van de drilboog waarmee men een boogdrilboor heen en weer kan laten draaien. Het koord wordt daartoe om de drilklos heen geslagen. Zie ook afb. 127. [N 33, 129]
II-11
|
| 22066 |
drinkbak |
drinkbak:
drinkbak (L331p Swalmen)
|
Hoe heet verder in Uw dialect: de drinkbak? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 33413 |
drinkbak voor de kippen |
drinkbak:
dreŋkbak (L331p Swalmen)
|
De drinkbak voor de kippen in het kippenhok. [A 48, 16c]
I-6
|
| 19575 |
drinkbeker |
beker:
baeker (L331p Swalmen)
|
drinkbeker, aarden of stenen ~; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20499 |
drinken |
de dorst verslaan:
verslaon (L331p Swalmen),
drinken:
drinke (L331p Swalmen),
lessen:
lèssə (L331p Swalmen)
|
drinken [DC 03 (1934)] || drinken; Hoe noemt U: De dorst doen ophouden (lessen, blussen, verslaan) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 34333 |
drinken bij de zeug |
zuiken:
zūkǝ (L331p Swalmen)
|
Het zuigen of drinken bij de zeug, gezegd van de big. [N 19, 21a]
I-12
|
| 19574 |
drinkglas |
glas:
glāās (L331p Swalmen)
|
drinkglas zonder voet [N 20 (zj)]
III-2-1
|