| 18405 |
eau de cologne |
eau de cologne (fr.):
olekjonj (L331p Swalmen)
|
reukwater, eau de cologne [lodderijn] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 24957 |
eb, laagtij |
eb:
ep (L331p Swalmen)
|
eb, teruggaan van het water van de zee en de toestand van laag water [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25024 |
echo |
galm:
galm (L331p Swalmen)
|
een naklinkend geluid [halm, nagalm, echo] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 20394 |
echtgenoot |
mens:
miene miens (L331p Swalmen),
miens (L331p Swalmen),
mins (L331p Swalmen)
|
[haar ~ en haar kinderen] [SGV (1914)] || de man met wie men getrouwd is [man, mens, baas] [N 87 (1981)] || man met wie je getrouwd bent (echtgenoot) [N 102 (1998)]
III-2-2
|
| 20391 |
echtgenote |
vrouw:
miene vrouw (L331p Swalmen),
miens vrouw (L331p Swalmen),
vrouw (L331p Swalmen)
|
de vrouw met wie men getrouwd is [wijf, vrouw] [N 87 (1981)] || vrouw met wie je getrouwd bent (echtgenote) [N 102 (1998)]
III-2-2
|
| 34414 |
ecthyma, zere bekjes, muilschurft |
langmuil:
lāmmul (L331p Swalmen)
|
Een soms goedaardige, soms ook kwaadaardige aantasting van de slijmvliezen van de mondholte, waarbij op de lippen korsten ontstaan. [N 77, 62; N 19, 68; A 48a, 49]
I-12
|
| 18101 |
eczeem |
moet:
WNT: moet (III) [?]: Indruksel, achtergebleven kreuk of vlek.
môêt (L331p Swalmen),
zeek:
zeek (L331p Swalmen)
|
Eczeem: jeukende huiduitslag met blaren, roodheid, vochtafscheiding, korsten en schilfers (zilt, haarworm). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 21313 |
eed |
eed:
ee[i̯}d (L331p Swalmen)
|
eed [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 24436 |
eekhoorn |
eekhoorntje:
eeikhörkə (L331p Swalmen),
eikheùrke (L331p Swalmen),
eekkatsje:
eeikketske (L331p Swalmen),
eikketske (L331p Swalmen)
|
eekhoorn [Roukens 03 (1937)] || eekhorentje [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 24770 |
eekhoorntjesbrood |
eekketsjesbrood:
WLD
èèkketskesbroot (L331p Swalmen)
|
Eekhoorntjesbrood: een eetbare paddestoel met een bruine hoed en een lichtbruine, witgeaderde voet. Vaak wordt het vlees bij het doorbreken blauw. [N 92 (1982)]
III-4-3
|