| 21585 |
mevrouw |
mevrouw:
(= deftiger).
mevrouw (L331p Swalmen),
vrouw:
(anders gebruikt men gewoon dit woord).
vrouw (L331p Swalmen)
|
hoe spreekt u een getrouwde vrouw aan? [mevrouw, madam] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 20123 |
miauwen |
mauwen:
mauwe (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u het gewone stemgeluid van een kat (mauwen, kajauwen, jauwen, lollen, miauwen, janken, rallen) [N 83 (1981)]
III-2-1
|
| 24901 |
middag (s middags) |
middag:
middəch (L331p Swalmen)
|
middag [RND]
III-4-4
|
| 17838 |
middagdutje |
unger:
unjer (L331p Swalmen),
unjər (L331p Swalmen),
ungeren (zn.):
unjere (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Dut: lichte of korte slaap (dut, hazeslaap, buts, slaapje, mufs, toer). [N 84 (1981)] || middagdutje [SGV (1914)] || Slaapje na het middagmaal; middagdutje (noenslaap, middagslaap, dutje, loertje, dutten). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17839 |
middagdutje doen |
ungeren (ww.):
unjərə (L331p Swalmen)
|
middagdutje [een ~ doen] [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 20573 |
middagmaal |
middageten:
middig aete (L331p Swalmen),
middigèètə (L331p Swalmen)
|
maaltijden; Hoe noemt U: Namen voor de verschillende maaltijden, afhankelijk van de tijd van de dag, eventueel van het jaar [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 21979 |
middellangeafstandsvlucht |
midfond:
witfônd (L331p Swalmen)
|
middellange afstandsvlucht (tussen 100 en 300 km)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 34598 |
middelste rongblok |
pulm:
palm (L331p Swalmen)
|
Middelste van de drie rongblokken van een hoogkar of een wagen. De woordtypen pulm, pulf, pulver, pulp en pul staan voor een specifiek rongblok, dat ter versteviging diende en geen rongen had. In het materiaal kwamen vaak benamingen voor die ook bij het meer algemene "rongblok" gegeven waren. Vanwege hun algemene karakter zijn die hier niet meer opgenomen. [N 17, 13b + 44h; JG 1b; JG 1c; JG 1d; JG 2b]
I-13
|
| 17668 |
middelvinger |
middelste vinger:
middelste vinger (L331p Swalmen),
middenvinger:
middevinger (L331p Swalmen)
|
Middelvinger: de middelste, langste vinger (middelvinger, langelierboom, langeman). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 33785 |
middendeel van het paard |
middenhand:
medǝhantj (L331p Swalmen)
|
De middel- of middenhand van het paard, in tegenstelling met ''voorste deel van het paard tot achter de voorbenen'' (3.1.3) en ''achterhand van het paard'' (3.3.14). [JG 1a, 1b; N 8, 12]
I-9
|