| 18195 |
kous: algemeen |
kous:
kous (L246a Swolgen),
sok:
zŏk (L246a Swolgen)
|
kous [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 19621 |
kouter |
kouter:
kǭltǝr (L246a Swolgen)
|
Het lange smalle mes dat (achter de voorschaar) aan de ploegboom is bevestigd en dat bij het ploegen de voor vertikaal afsnijdt. [N 11, 31.I.c; N 11A, 85b; JG 1a + 1b; A 26, 4a; L 1 a-m; L 28, 40; Lu 4, 4a; S 19; monogr.]
I-1
|
| 17562 |
kraakbeen |
knoers/knors:
knoers (L246a Swolgen)
|
kraakbeen [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 22858 |
kraaltjes |
kralen:
kralə (L246a Swolgen)
|
kraaltjes [RND]
III-3-2
|
| 20139 |
kraambed |
kinderbed:
kīēnderbed (L246a Swolgen)
|
kraambed
III-2-2
|
| 24196 |
kraanvogel |
kroenekraan:
kroenekraan (L246a Swolgen),
kroeënekraan (L246a Swolgen)
|
kraanvogel [SGV (1914)]
III-4-1
|
| 17918 |
krabben |
krabben:
krābbe (L246a Swolgen)
|
krabben [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 25404 |
krabber |
schrabber:
schrabber (L246a Swolgen)
|
Een meestal kegelvormig metalen werktuig met scherpe onderrand waarmee men de geweekte varkensharen verwijdert. Aan de bovenkant van de krabber bevindt zich een haak waarmee men de na het krabben achtergebleven lange haren uittrekt of de nagels afrukt. Omdat men een krabber vaak zelf maakt of laat maken van restanten van ander, niet meer bruikbaar gereedschap (bv. het blad van een schoffel) komen allerlei vormen voor. Voor het mes waarmee men de geweekte ha-ren en opperhuid van het varken verwijdert zie men het lemma ''mes''. Zie afb. 6. [N 28, 28a; N 28, 36; monogr.]
II-1
|
| 32072 |
kram |
sloop:
slȳǝp (L246a Swolgen)
|
U-vormig gebogen ijzerdraad die aan beide einden van een punt is voorzien. [N 54, 18; monogr.]
II-12
|
| 21340 |
kramer |
kramer:
krimmer (L246a Swolgen)
|
kramer [SGV (1914)]
III-3-1
|