| 30797 |
looi |
looi:
loj (L246a Swolgen)
|
Looistof. Fijngemalen eikebast of run waarmee men leer bewerkt. [S; L 1a-m]
II-10
|
| 30795 |
looien |
looien:
lojǝ (L246a Swolgen)
|
Het bereiden van leer. Dierehuiden die bepaalde voorbereidingen hebben ondergaan worden met bepaalde samentrekkende stoffen zo behandeld dat zij tot leer worden. [S; L 1a-m; monogr.]
II-10
|
| 24678 |
loot, nieuw uitgelopen twijgje |
scheut:
scheut (L246a Swolgen)
|
loot [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 17817 |
lopen |
lopen:
loeepe (L246a Swolgen)
|
lopen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 19500 |
loper |
loper:
lyəpər (L246a Swolgen),
lø̄pǝr (L246a Swolgen)
|
De bovenste, draaiende molensteen. De loper had in Q 99 drie soorten kerven, de ligger daarentegen maar één. Zie ook het lemma ɛscherpselɛ.' [N O, 17c; A 42A, 31; N D, 7; Sche 47; Vds 85; Jan 121; Coe 98; Grof 117; monogr.] || loper, werktuig tot het openen van sloten
II-3, III-2-1
|
| 21218 |
losse plankbrug |
vonder:
voonder (L246a Swolgen)
|
vlonder (vonder) [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 33365 |
losse voerbak voor runderen |
koeienbak:
kuu̯ǝnbak (L246a Swolgen)
|
Een losse bak of kuip waarin men het voer aan de koeien voorzet. Bedoeld wordt een bak waar meer dan één rund uit eet (en soms ook drinkt). Waar deze draagbare en ouderwetse bak niet (meer) bekend is, werden benamingen voor de vaste voerbak opgegeven (krib, trog en hun samenstellingen). Oorspronkelijk diende de krib voor het droge voedsel voor runderen en paarden en de trog voor het natte voedsel voor de varkens, maar in de praktijk lopen de termen dooreen. Sommige opgaven betreffen mogelijk ook het vak voor één koe van de in vakken verdeelde voerbak. Vergelijk de lemmata "voer- en drinkgoot" (2.2.14) en "vaste voer- en drink- en voerbak, krib" (2.2.15). [N 5A, 37c; N 18, 130; monogr.]
I-6
|
| 25217 |
luchtx |
lucht:
lōōgt (L246a Swolgen)
|
lucht [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 19619 |
lucifer |
strijker:
strieker (L246a Swolgen),
strikər (L246a Swolgen),
zwegel:
zwēͅgəl (L246a Swolgen),
zwegelstek:
zwêgelstèk (L246a Swolgen)
|
lucifer [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 18918 |
lui |
lui:
lui (L246a Swolgen),
vuil:
vōēl (L246a Swolgen)
|
lui (traag) [SGV (1914)] || vadsig, lui
III-1-4
|