| 21346 |
lui (lieden) |
lui:
luuj (L246a Swolgen),
mensen:
mīnsə (L246a Swolgen),
mî:nsən (L246a Swolgen)
|
lui (lieden) [SGV (1914)] || mensen [RND] || volk [RND]
III-3-1
|
| 26319 |
luias |
luias:
lø̜jas (L246a Swolgen)
|
De as waarop de luireep of luiketting gewonden wordt. Zie ook afb. 65. De as is in functie vergelijkbaar met de rol van het luiwerk in watermolens. Zie ook het lemma ɛrolɛ.' [N O, 25g; A 42A, 45]
II-3
|
| 18878 |
luid schreien |
krijten:
kriete (L246a Swolgen, ...
L246a Swolgen)
|
krijten [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 23217 |
luiden |
luiden:
luuje (L246a Swolgen)
|
luiden [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 20478 |
luier |
schijtdoek:
schietduuk (L246a Swolgen),
windel:
wīēndel (L246a Swolgen, ...
L246a Swolgen)
|
luier [SGV (1914)] || windel, luier
III-2-2
|
| 20281 |
luiermand |
kindskorf:
kiendskörf (L246a Swolgen),
kintskø̜rǝf (L246a Swolgen)
|
luiermand || Uit witte wissen of buffwissen vervaardigde wasmand voor kinderkleertjes, en dan met name voor luiers. [N 40, 107; N 40, 108; monogr.]
II-12, III-2-2
|
| 26323 |
luigat, zoldergat |
luigat:
lø̜jgat (L246a Swolgen)
|
Het gat waardoor de luireep loopt en waardoor de zakken worden opgetrokken. Het gat wordt meestal afgesloten door de luival. Daar er sprake kan zijn van een binnen- en een buitenreep, kan het gat zich in en/of buiten de molen bevinden. Bij de standerdmolen bevindt zich een luival in de galerij, buiten de molen. In de watermolen daarentegen is een dergelijke voorziening doorgaans binnen in de molen aan te treffen. [N O, 25u; A 42A, 44 add.; Jan 236; Coe 213; Grof 239]
II-3
|
| 19029 |
luilak |
luierik:
luierik doa ge ziet (L246a Swolgen),
vuilak:
voelek (L246a Swolgen),
voelek doa ge ziet (L246a Swolgen)
|
luilak [~, die je bent] [SGV (1914)] || vuilaard, luiaard
III-1-4
|
| 26314 |
luireep, luiketting |
zakkenreep:
zakǝrēp (L246a Swolgen)
|
Het touw of de ketting om de luias waarmee de zakken in de windmolen worden opgetrokken en neergelaten. In dit lemma wordt geen onderscheid gemaakt tussen de luireep binnen of buiten de molen. Zie ook afb. 65 en de toelichting bij het lemma ɛluikoord, luikettingɛ.' [N O, 25b; A 42A, 44]
II-3
|
| 17734 |
luisteren |
luisteren:
luustere (L246a Swolgen)
|
luisteren [SGV (1914)]
III-1-1
|