| 34047 |
enter |
jaarling:
jǭǝrleŋ (L270p Tegelen)
|
Rund dat één jaar oud is. [N C, 9d; monogr.; add. uit N 3A, 15 en 20]
I-11
|
| 34413 |
enterotoxaemie, het bloed |
klem:
klɛm (L270p Tegelen)
|
Een ziekte, veroorzaakt door bacteriën die in het weiland voorkomen. In het lichaam vormen deze bacteriën vergiften. De zieke dieren springen plotseling op, draaien rond, vallen neer, maken fietsende bewegingen, buigen het hoofd naar boven, krijgen schuim op de bek en sterven spoedig. [N 77, 66; N 19, 68]
I-12
|
| 23608 |
epistel |
epistel (<lat.):
epistel (L270p Tegelen)
|
De eerste lezing, het epistel [t/dn epistel, epiestel?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22433 |
ereboog |
boog:
baog (L270p Tegelen),
ereboog:
ierebaog (L270p Tegelen)
|
De ereboog voor de jonge priester. [N 96D (1989)] || Een triumfboog of ereboog ter versiering van de straten [triejoemfboaëg]. [N 96C (1989)]
III-3-2
|
| 24046 |
ereboog voor de jonge priester |
boog:
baog (L270p Tegelen)
|
De ereboog voor de jonge priester. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 20374 |
ereboog voor het bruidspaar |
versiering:
versiering (L270p Tegelen)
|
de ereboog voor het bruidspaar [N 96D (1989)]
III-2-2
|
| 33610 |
erf |
hof:
hōͅ.f (L270p Tegelen),
plaats:
plāts (L270p Tegelen)
|
I-7
|
| 33641 |
erf en omliggende landerijen |
goed:
gōt (L270p Tegelen)
|
De algemene benaming voor het boerenerf met de omliggende landerijen. [N 5AøIIŋ, 76f; L 38, 23]
I-8
|
| 24971 |
ergens, hier of daar |
ergens:
örges (L270p Tegelen)
|
ergens, hier of daar
III-4-4
|
| 33278 |
erwt, algemeen |
erwt:
ɛrt (L270p Tegelen)
|
Pisum L. Hier de algemene benaming voor de erwt (enkelvoud), voorafgaand aan de benaming voor de akkererwt (lemma Kapucijner, Velderwt) en aan de andere erwtensoorten (tuinerwt, doperwt, peulerwt, enz.) die in de moestuin worden gekweekt en die derhalve in de aflevering over de moestuin ter sprake zullen komen. [N 27, 2b; JG 1a, 1b; L A1, 121; L 34, 94; Wi 8; monogr.; add. uit N P, 24]
I-5
|