| 21342 |
krant |
gazet (<fr.):
gezet (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
een dagelijks verschijnend drukwerk ter verspreiding van nieuws en wetenswaardigheden en tot voorlichting van het publiek [gazet, krant, courant, journaal, dagblad] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 25034 |
krassen |
kratsen:
kratse (L374p Thorn, ...
L374p Thorn,
L374p Thorn)
|
het geluid geven van een scherp voorwerp dat over een hard oppervlak schraapt [skratsen, krassen, kratsen] [N 91 (1982)] || krassen [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 21031 |
kreeft |
kreeft:
krêft (L374p Thorn)
|
kreeft [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 24954 |
kreek, stilstaand water |
kreek:
kreek (L374p Thorn)
|
kreek, klein, smal, veelal stilstaand water, vaak een overblijfsel van een overstroming of van de vroegere loop van een rivier [kil] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 24339 |
krekel |
krekel:
kreekel (L374p Thorn),
krekel (L374p Thorn)
|
krekel [DC 07 (1939)], [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 18107 |
krentenbaard |
baardziekte:
baardzeekdje (L374p Thorn),
uitslag:
oetslaag (L374p Thorn)
|
Uitslag, zweertjes op de lippen en de kin (krentenbaard, baardziekte). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 20708 |
krentenbol |
krentenbroodje:
krintebreudje (L374p Thorn)
|
Krentenbroodje, krentenbol (krintenbol, briosj, krennee, krennie?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20707 |
krentenbrood |
krentenbrood:
krintebroôt (L374p Thorn),
krentenweg:
krintewék (L374p Thorn),
rozijnenweg:
rezienewék (L374p Thorn)
|
krentenbrood [SGV (1914)] || Krentenbrood (krintemik, kramiek, beezenbrood, rezienemik, lippert, pruukesweg?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 18224 |
kreukel |
kreukel:
kreukel (L374p Thorn),
valse vouw:
valse vouj (L374p Thorn)
|
ongewenste, valse vouw of plooi in een kledingstuk [kreukel, kneuker, freutel] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 18223 |
kreukelen |
kreukelen:
kreukele (L374p Thorn),
krèùəkele (L374p Thorn)
|
zich in ongewenste plooien zetten, gezegd van een kledingstuk [kreukelen, kreuk] [N 86 (1981)]
III-1-3
|