| 23911 |
laatste oordeel add. |
eindoordeel:
eindoeërdeil (L374p Thorn)
|
Het laatste oordeel. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 27902 |
labiel geplaatste ondersteuning |
muizeval:
mūzǝval (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV])
|
Een labiel geplaatste ondersteuning, een ondersteuning die dreigt het te begeven. [N 95A, 10; monogr.]
II-5
|
| 28268 |
ladderafdeling |
lederafdeling:
lęjǝrāfdęjleŋ (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Het gedeelte van de schacht waar men door middel van ladders de ondergrond kan bereiken. De ladderafdeling wordt uit veiligheidsoverwegingen aangelegd. Hij wordt gebruikt wanneer het kooivervoer uitvalt. Uit de opmerkingen van de invuller uit Q 15 blijkt dat dit niet vaak is voorgekomen; genoemde zegsman heeft het op de mijn Maurits alleen meegemaakt tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog. [N 95, 87; monogr.]
II-5
|
| 28276 |
lader |
lader:
lājǝr (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Zwartberg, Waterschei])
|
De persoon die op de laadpunten de kolen in de mijnwagens laadt door het openen en sluiten van de laadbak. Indien aanwezig, bedient hij ook de wagentrekker of de lier waarmee de wagens verplaatst kunnen worden. [N 95, 141; monogr.; Vwo 229; Vwo 236; Vwo 461; Vwo 465; Vwo 666]
II-5
|
| 18147 |
lam |
lam:
lām (L374p Thorn),
lammetje:
lɛmkǝ (L374p Thorn)
|
Jong van het schaap in het algemeen. Zie afbeelding 5. [N 70, 3; R 3, 36; S 20; Wi 5; Wi 12; L 20, 22c; L 6, 25; L 1a-m; JG 1a, 1b; AGV, m 3; A 2, 45; A 2, 1; A 4, 22c; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 34412 |
lammeren |
lammen:
lāmǝ (L374p Thorn)
|
Jongen ter wereld brengen, gezegd van het vrouwelijk schaap. [N 19, 67; JG 1a, 1b; L 29, 32; L 1a-m; N C, add.; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 20669 |
lammetjespap |
pap met boekweitsmeel:
pap mèt bookesmeèl (L374p Thorn)
|
Pap van boekweitmeel (lemmekespap?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 19584 |
lamp |
lamp:
lamp (L374p Thorn)
|
lamp [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 28213 |
lampekabel |
kabel:
kabel (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Eisden])
|
De kabel die de verbinding vormt tussen enerzijds de accu en anderzijds de lamp die op de mijnpet of -helm van de mijnwerker is bevestigd. [N 95, 257]
II-5
|