| 23445 |
liturgische gewaden |
liturgische gewaden:
liturgise gewaaje (L374p Thorn),
paramenten (<oudfr.):
paramente (L374p Thorn),
paramenten (L374p Thorn)
|
De paramenten, de liturgische gewaden. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 28310 |
locomotiefloods |
locloods:
lokloats (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Ondergrondse ruimte, meestal in de buurt van de schacht, waar de niet in gebruik zijnde locomotieven worden ondergebracht. [N 95, 701; monogr.]
II-5
|
| 28311 |
locomotiefmachinist |
machinist:
machinist (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Eisden])
|
Arbeider die de mijnlocomotief bedient. [N 95, 151; monogr.]
II-5
|
| 34133 |
loeien van de koe in het algemeen |
beuken:
bø̜̄kǝ (L374p Thorn)
|
[N 3A, 5a; JG 1a, 1b; Gwn V, 8; Wi 57; monogr.]
I-11
|
| 17721 |
loeren |
loeren:
loere (L374p Thorn),
lonken:
lónke (L374p Thorn)
|
kijken: loeren [lonke, luime] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 23311 |
lof |
lof:
lof (L374p Thorn, ...
L374p Thorn),
ət loͅf (L374p Thorn)
|
het lof [RND] || Het lof, de kerkdienst met uitstelling van het Allerheiligste, gehouden op zondagmiddag, soms op zaterdagavond [lof, laof, zeëje?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23663 |
lof met processie |
lof met rondgang:
lof met rondjgang (L374p Thorn)
|
Lof met processie (rondom de kerk of over het kerkplein of kerkhof) op de eerste zondag van de maand. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 17688 |
long |
long:
lòng (L374p Thorn),
lònge (L374p Thorn),
lóng (L374p Thorn)
|
long [SGV (1914)] || long, longen [loos, leus] [N 10a (1961)] || longen [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 25289 |
lood, maat van 10 gram |
lood:
lood (L374p Thorn),
loád (L374p Thorn)
|
de maat die een gewicht aangeeft van 10 gram [lood] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 27687 |
loods |
loods:
loods (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits]),
stijlenloods:
stilǝlōts (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Oranje-Nassau I])
|
Algemene benaming voor een gebouw waar materialen zoals machines (Q 121c) of stijlen (L 374) kunnen worden opgeslagen. [N 95, 11]
II-5
|