| 25297 |
mengel, maat van 1,2 liter |
mengel:
(vloeistof).
mingel (L374p Thorn)
|
de maat die een inhoud aangeeft van 1,2 liter [mengel, mingel] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 20149 |
mens (alg.) |
mens:
ook voor man en vrouw; zowel geringachting als sympathiek medelijden
mins (L374p Thorn)
|
mens; wordt mensch gebruikt in de betekenis van man? Spreekt een vrouw b.v. van mn mensch?, wanneer ze haar man bedoelt? Komt het mensch voor in de betekenis van vrouw? En bedoelt men met die zegswijze alleen geringachting of ook sympathiek medelijden? [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20470 |
menstruatie |
oma op bezoek:
oma op bezeuk (L374p Thorn),
regels:
aanne reegels (L374p Thorn),
reegels (L374p Thorn),
verandering:
verangering (L374p Thorn)
|
menstruatie [verandering, reegels] [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 20471 |
menstrueren |
de vlag uit hebben hangen:
de vlag oet höbbe hange (L374p Thorn),
rode lits verkopen:
Schertsend. cf. Maastricht b. s.v. "lits"= streep
rode lits verkoupe (L374p Thorn)
|
menstruatie [verandering, reegels] [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 24212 |
merel |
melder:
méélder (L374p Thorn),
mêlder (L374p Thorn),
merel:
märel (L374p Thorn),
zoals in mère
mèrel (L374p Thorn)
|
Hoe heet de merel? [DC 06 (1938)] || merel [SGV (1914)] || merel (25,5 overal bekend; man zwart met gele bek; pop zwak-gevlekt bruin; mooie zang; kooivogel; vergelijk met spreeuw [031] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 17563 |
merg |
merg:
merg (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
[N 10a (1961)]merg [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 33754 |
merrie |
merre:
mē̜rǝ (L374p Thorn)
|
Gebruikt als handels-, werk-, voermans- en als fokpaard. [JG 1a, 1b; A 4, 2a; L 11, 11; L 20, 2a; L A1, 92; S 27; Wi 4; monogr.]
I-9
|
| 33758 |
merrieveulen |
merreveulen:
mē̜rǝvyǝlǝ (L374p Thorn)
|
Het vrouwelijk jong van een paard. [JG 1a, 1b; N 8, 3b]
I-9
|
| 19756 |
mes |
mets:
mets (L374p Thorn)
|
mes [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 33315 |
mes van de sikkel |
zekel:
[zekel] (L374p Thorn)
|
Halvemaanvormig ijzeren gedeelte; met de scherpe holle kant werd het gras gemaaid. Vaak is de naam van het werkend deel van een gereedschap dezelfde als die van het gereedschap als geheel; zie bij blad van de zeis, de knuppel van de dorsvlegel, enz. Voor de fonetische documentatie van het woord(deel) sikkel zie het lemma Sikkel. In de drie plaatsen waar het type sikkel hier is gedocumenteerd, is voor het gereedschap als geheel een ander lexeem, i.c. kromme, opgegeven. [N 18, 79b]
I-5
|