| 24235 |
roek |
kraan:
kraon (L374p Thorn),
kròòn (L374p Thorn),
raaf:
raaf (L374p Thorn)
|
roek || roek (46 bekende vogel; zwart met paarsige glans; kale rand boven aan de snavel; broedt in kolonies; leeft in troepen; roep [kao-kao-kao], [waaak] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 21938 |
roekoeën |
roekoeken:
Algemene opmerkingen bij deze vragenlijst:
roekoeke (L374p Thorn)
|
Hoe noemt men het geluid dat de duiven maken - de/het ....... bijv. de duiven zijn aan het ......... [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 34552 |
roep- en lokwoord voor de gans |
wiele, wiele:
wilǝ, wilǝ (L374p Thorn)
|
Naast het roepen van namen kan men de ganzen ook lokken door met de tong te klakken of te fluiten. [VC 14, 2p -r-; L 47, 9d; A 6, 6]
I-12
|
| 34528 |
roep- en lokwoord voor de kip |
tiet, tiet, tiet:
tii̯t, tii̯t, tii̯t (L374p Thorn),
tit, tit, tit (L374p Thorn)
|
Naast de verschillende roepwoorden kan men de kippen ook lokken door een zuigend klappend geluid te maken met de tong tegen de tanden (P 176 (Sint-Truiden)) of door te fluiten (Q 2 (Hasselt)). [N 19, 44a; L 47, 9a; A 6, 2b; A 6, 2a; VC 14, 2n -r-; Vld.; L B2, 259a; monogr.]
I-12
|
| 34218 |
roep- en lokwoord voor de koe |
hier moer, hier moer:
hɛi̯ mǭr hɛi̯ mǭr (L374p Thorn),
kom dè, kom dè:
kǫm dɛ kǫm dɛ (L374p Thorn)
|
Men roept de koe naast de algemene benamingen koe, muk enzovoorts ook met het noemen van de kleur, b.v. zwarte en met een eigennaam als Lies en Berta. [N C, 16; VC 14, 2a (r]
I-11
|
| 34529 |
roep- en lokwoord voor het kuiken |
kuik, kuik, kuik:
kyk, kyk, kyk (L374p Thorn)
|
[N 19, 44b; A 6, 2c; L 47, 9b; VC 12 2o -r-; monogr.]
I-12
|
| 34377 |
roep- en lokwoord voor het varken |
kuus, kuus, kuus:
kys, kys, kys (L374p Thorn)
|
In plaats van kuus roepen klakt men ook wel met de tong. [N 19, 11a; VC 14, 2c (r]
I-12
|
| 34442 |
roep- en lokwoorden voor het lam |
sik, sik:
sek, sek (L374p Thorn)
|
[N 19, 74b; VC 14, 2k (R]
I-12
|
| 34441 |
roep- en lokwoorden voor het schaap |
sik, sik:
sek, sek (L374p Thorn)
|
[N 19, 74a; VC 14, 2j (R]
I-12
|
| 21362 |
roepen |
hel (bn.):
hèl (L374p Thorn),
roepen:
roope (L374p Thorn),
ropə (L374p Thorn)
|
op een luide manier iets mededelen, roepen [skriesen] [N 87 (1981)] || roepen (geen context) [DC 38 (1964)]
III-3-1
|