| 28377 |
stal |
stal:
sta.l (L374p Thorn)
|
Een ruimte in het algemeen, die onderdak biedt aan vee. De benamingen kunnen zowel het gebouw, als de ruimte daarbinnen betreffen. Meestal wordt kortheidshalve van "de stal" gesproken, als men het veeverblijf en met name de koestal bedoelt. [JG 1a en 1b; Wi 11; S 50; L A1, 4; RND 97; monogr.; add. uit N 5A, passim]
I-6
|
| 33928 |
stalband |
halsband:
hals˱banjtj (L374p Thorn),
ketting:
kɛteŋ (L374p Thorn)
|
Leren band om de hals van het paard, waaraan de lijn of teugel wordt vastgemaakt om het op stal vast te binden. Vergelijk ook lemma Halster. [JG 1a; N 8, 91; N 13, 18b]
I-10
|
| 27551 |
stalen neuzen in mijnschoenen |
stalen nazen:
(enk)
štǭlǝ nās (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Versteviging van de mijnschoen op de punt. Wanneer de stalen neus ontbreekt of loszit, voldoet de schoen niet meer aan de eisen. [N 95, 884; monogr.]
II-5
|
| 24792 |
stalkaars |
kattenkop:
idiosyncr.
katteköp (L374p Thorn)
|
Stalkaars (verbascum thapsiforme 30 tot 180 cm grote plant. De bladeren zijn langwerpig, langs de stengel aflopend, witviltig; de plant heeft grote, uitgespreide bloemen; de bloem heeft 2 lange en kale meeldraden en 3 korte, wollig behaarde meeldraden, [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 19593 |
stallamp |
lucht:
stallantaarn
lucht (L374p Thorn)
|
lamp/ luchter; inventarisatie soorten en gebruiksmogelijkheden; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 21135 |
stallen |
in de garage zetten:
inne gaaraazj zette (L374p Thorn),
kanunnikenbanken:
kanunnikenbanken (L374p Thorn),
koorstoelen:
koeërsteul (L374p Thorn),
stallen:
stalle (L374p Thorn)
|
[voertuigen, rijwielen enz.] in een garage of bewaarplaats zetten [stallen, stationeren, garen] [N 90 (1982)] || De koorbanken aan de zijkanten van het priesterkoor [stallen, stalles, koorstallen, koorstoelen, kanunnikenbanken]. [N 96A (1989)]
III-3-1, III-3-3
|
| 24739 |
stam uit een haag |
heggenstek:
ideosyncr.
hegkestèk (L374p Thorn)
|
Een stam uit een haag (port). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 24579 |
stam van de boom |
bol:
ideosyncr.
bol (L374p Thorn),
stam:
WLD
stam (L374p Thorn)
|
Het deel van een boom van de wortels tot aan de takken (stam, bol). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 24728 |
stam van de knotwilg |
soets:
soets (L374p Thorn),
stam:
ideosyncr.
stam (L374p Thorn)
|
De stam van de knotwilg. [N 82 (1981)] || knotwilgstam [DC 13 (1945)]
III-4-3
|
| 34028 |
stamboekkoe |
stamboekkoe:
stambōk[koe] (L374p Thorn)
|
Koe van geregistreerde afstamming. Zie ook de toelichting bij het lemma ''koe van geregistreerde afstamming'' in wbd I.3, blz. 330. Zie afbeelding 2. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 3c; monogr.]
I-11
|