| 33552 |
kweepeer |
kweepeer:
kweepêr (Q097p Ulestraten),
kwēpɛr (Q097p Ulestraten),
kweetje:
kwēkə (Q097p Ulestraten)
|
kwee [SGV (1914)] || kweepeer [SGV (1914)]
I-7
|
| 19980 |
kwispelstaarten |
kwispelen:
kwispelen (Q097p Ulestraten)
|
kwispelstaarten [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 33324 |
l-vormige hoeve |
half warshuis:
hau̯f wērshūs (Q097p Ulestraten)
|
Navraag of er verschil in benaming was tussen een L-vormig bouwwerk waarvan de korte poot wordt gevormd hetzij door het woonhuis, hetzij door een schuur of stal, leverde geen nieuwe termen op. Zie kaart 4, het Ten Geleide van deze aflevering en afbeelding 3. [N 4A, 1b en 2c]
I-6
|
| 24925 |
laag grond |
laag:
loag (Q097p Ulestraten)
|
laag (znw.) [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 33081 |
laag schoven op de wagen |
ring:
reŋk (Q097p Ulestraten)
|
Zie de toelichting bij het lemma ''tasser op de wagen'' (5.1.5). Voorkop is de laag op de naar voren uitstekende ladder boven het paard. [N 15, 42; JG 1a, 1b, 1c, 2c; monogr.]
I-4
|
| 33659 |
laaggelegen weidegrond |
broek:
brōk (Q097p Ulestraten),
vuilnis:
vylnes (Q097p Ulestraten)
|
Laaggelegen, vaak natte weidegrond, die men meestal gebruikt om te hooien. Vergelijk ook lemma 1.3.3 ɛbeemdɛ.' [N 14, 52; N P, 5; JG, 1a, 1b; S 5; A 10, 4; RND 20; L 19b, 2aI; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 33649 |
laagliggende akker |
put:
pø̜t (Q097p Ulestraten)
|
Een aantal woordtypen duiden niet zozeer op een afgebakend perceel, een akker, maar meer algemeen op laagliggende grond. [N 11, 2b]
I-8
|
| 33650 |
laagte in een akker |
del:
dɛl (Q097p Ulestraten),
slonk:
šloŋk (Q097p Ulestraten),
vuilnis:
vylnes (Q097p Ulestraten)
|
Laagte of kuil waar de grond steeds vochtig blijft of waar water blijft staan. [N 11, 3a, N 11, add.; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 33699 |
laagte in het landschap |
laagte:
liǝgdǝ (Q097p Ulestraten)
|
Een laagte in het landschap in het algemeen. Vergelijk ook lemma 1.2.8 ɛlaagte in een akkerɛ.' [L 29, 30; Wi 11; A 10, 4; S 20]
I-8
|
| 18215 |
laars (alg.) |
gamasche:
kermasj (Q097p Ulestraten),
stevel:
steevel (Q097p Ulestraten)
|
laars [bot, steevel, buus, kamasj] [N 24 (1964)]
III-1-3
|