| 34511 |
pokken en difterie |
difterie:
difterie (Q097p Ulestraten)
|
Pokken en difterie, variola avium en diphteria avium, zijn twee namen voor dezelfde pluimveeziekte, veroorzaakt door een virus. Het is een ziekte van de huid: oogleden, kam en lellen, en van de slijmvliezen: keelholte en strottenhoofd. Uitwendig ziet men wratachtige zweren en inwendig gele, eveneens wratachtige etterpunten. [N 19, 64]
I-12
|
| 19482 |
pollepel |
pollepel:
pollepel (Q097p Ulestraten)
|
lepel, metalen ~; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 18292 |
polsmof |
mofje:
mufkes (Q097p Ulestraten),
stuik:
vgl. Van Dale (DN): Stauche, (pols)mof
sjtoeke (Q097p Ulestraten)
|
polsmof, kort gebreid kledingstuk ter verwarming van pols en hand [sjtoek, polsmof, handmufke, armmufke, molleke, moefke] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18504 |
pompon van een muts |
floche (fr.):
floes (Q097p Ulestraten)
|
pluim van een muts [floes] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 21536 |
ponder |
ponder:
weegt ruw en onbetrouwbaar op de duur door uitlempen van de veer.
punjer (Q097p Ulestraten)
|
Weeginstrument met trekveerwerking. [N 18 (1962)]
III-3-1
|
| 19474 |
pook |
kachelijzer:
kaxəlīzərə (Q097p Ulestraten),
stovenijzer:
štōvə-īzərə (Q097p Ulestraten)
|
pook [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 19957 |
poort |
poort:
pōrt (Q097p Ulestraten)
|
Opgenomen zijn de benamingen die de poort in het algemeen. Zie ook de lemmata "stalpoort, staldeur" (2.1.3) en "schuurpoort" (3.1.2). Zie de afbeeldingen 22, (a) ronde poort; 23, (b) rechthoekige poort; en 24, (c) details van de poort. In de toegevoegde klankkaart zijn de lengte van klinker en de gevallen van pseudo-klankverschuiving van de slot-t aangegeven. Zie afbeelding 18. [N 7, 48a; JG 1a, 1b; A 10, 7a en 7b; L A2, 286; L 5, 56; L 12, 5; R (s]
I-6
|
| 33172 |
pootgoed, pootaardappelen |
plantgoed:
pla.nt˲gōt (Q097p Ulestraten),
pootgoed:
pōt˲gōt (Q097p Ulestraten)
|
Mooie aardappelen worden apart gehouden om in het volgend seizoen gepoot te worden, als pootaardappelen. Pootaardappelen mogen niet te groot en niet te klein zijnen er mogen veel ogen in zitten. Ze worden op een koele plaats, in de kelder, bewaard. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen voor aardappel, zie het lemma Aardappel. [N M, 15; JG 1a; L 40, 55; monogr.; add. uit N M, 22]
I-5
|
| 17953 |
pootjebaden |
baden:
baje (Q097p Ulestraten),
plasjes lopen:
pletsjkes loupe (Q097p Ulestraten),
platsen:
platsje (Q097p Ulestraten),
poeltjes lopen:
peulkes loupe (Q097p Ulestraten)
|
lopen: met blote voeten door plassen lopen [polse, dokkele, baden] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 34174 |
pootjesblaas |
tweede waterblaas:
twīǝdǝ wātǝrblǭs (Q097p Ulestraten)
|
De tweede blaas waarin de voorpoten van het kalf zitten. [N 3A, 52b]
I-11
|