| 18190 |
pronkveer op een hoed |
veertje:
vaerke (Q097p Ulestraten)
|
pronkveer op een hoed [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20506 |
proosten |
klinken:
klinkə (Q097p Ulestraten)
|
proosten; Hoe noemt U: De glazen tegen elkaar aanstoten als teken dat men elkaar veel goeds toewenst (knutsen, klinken, proosten) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 22310 |
proppenschieter |
klambus:
klambös (Q097p Ulestraten),
klapbus:
klabös (Q097p Ulestraten),
klapbös (Q097p Ulestraten),
kraketoet:
kraketuut (Q097p Ulestraten)
|
Klakkebus (speelgoed gemaakt van vlierehout om proppen mee weg te schieten) [knaptoet, kraaktuut, proppesjeeter, klambös]. [N 06 (1960)]
III-3-2
|
| 19676 |
provisiekast, etenskast |
schap:
šāp (Q097p Ulestraten)
|
voorraad- of provisiekast [N 05A (1964)]
III-2-1
|
| 20568 |
pruimen |
pruimen:
proemə (Q097p Ulestraten),
sjieken:
sjikkə (Q097p Ulestraten)
|
pruimen; Hoe noemt U: Tabak kauwen (pruimen, sikken, sjikken) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20578 |
pruttelen |
lurken:
lurkə (Q097p Ulestraten)
|
Hoe noemt U: Snurkende geluiden maken, gezegd van een pijp (smierken, lurken) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20651 |
pudding |
pudding:
pudding (Q097p Ulestraten)
|
Pudding (bodding, podding?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 18110 |
puistjes |
brobbels:
brobbele (Q097p Ulestraten),
brobbeltjes:
brubbelkes (Q097p Ulestraten),
puisten:
puiste (Q097p Ulestraten)
|
puistjes [bultjes, botsels, brobbels] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 18693 |
pullover |
pullover:
pullover (Q097p Ulestraten)
|
pullover truivest met mouwen zonder knopen [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 32879 |
punt van het blad van de zeis |
punt:
pønt (Q097p Ulestraten)
|
De scherpe punt aan het blad van de zeis, aan het uiteinde tegenover de arend en de hak. Zie afbeelding 5, nummer 3. [N 18, 68c; JG 1a, 1b, 2c; monogr.]
I-3
|