| 18281 |
pet: algemeen |
kap:
kap (Q097p Ulestraten),
koets:
kōēts (Q097p Ulestraten),
pats:
patsj (Q097p Ulestraten)
|
pet, hoofddeksel met een klep [kips, patsj, klak, koetsj, paaj, flet, kap, klep, muts, luif] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 19547 |
petroleumlamp |
lampe belge:
lamp-belsj (Q097p Ulestraten),
pètroles-lamp:
petrols-lamp (Q097p Ulestraten),
quinquet:
kengkee (Q097p Ulestraten),
kenkee (Q097p Ulestraten)
|
lamp [SGV (1914)] || lamp/ luchter; inventarisatie soorten en gebruiksmogelijkheden; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 21063 |
peul |
leut:
luite (Q097p Ulestraten)
|
de peulen, de doppen van erwten of bonen [N Q (1966)]
III-2-3
|
| 33508 |
peul, dop (znw) |
leut:
luite (Q097p Ulestraten)
|
[N Q (1966)]
I-7
|
| 33522 |
peulen, doppen (ww.) |
peulen:
paolə (Q097p Ulestraten)
|
[N Q (1966)]
I-7
|
| 20662 |
peulvruchten afhalen |
bonen ranken:
boine renge (Q097p Ulestraten),
ranken:
renge (Q097p Ulestraten)
|
boonen afhalen [SGV (1914)] || erwten of bonen afhalen, van draden ontdoen [N Q (1966)]
III-2-3
|
| 20815 |
peulvruchten doppen |
peulen:
paole (Q097p Ulestraten)
|
erwten of bonen doppen, ontpeulen [N Q (1966)]
III-2-3
|
| 20572 |
peuzelen |
peuzelen:
peuzələ (Q097p Ulestraten)
|
peuzelen; Hoe noemt U: Langzaam en met smaak eten (pluizen, peuzelen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 24224 |
piepen |
tjiepen:
tjipǝ (Q097p Ulestraten)
|
Geluid voortbrengen, gezegd van een jonge kip. [N 19, 48; monogr.]
I-12
|
| 30118 |
pijl van een boog |
hoogte:
hwøǝx˱dǝ (Q097p Ulestraten)
|
De hoogte van een gemetselde boog, gemeten tussen de denkbeeldige lijn van de spanning en de kruin. Meestal neemt men voor de pijl 1/5 tot 1/10 gedeelte van de overspanning. Het bepalen van de hoogte van de pijl noemde men in Q 121: 'sprong geven' ('šproŋk jęǝvǝ'). [N 32, 17d; monogr.]
II-9
|